Krusa Laman - Curaçao

Op Curaçao is de Fundashon pa Planifikashon di Idioma (Stichting voor Taalplanning, FPI) de organisatiepartner van Winternachten. Tijdens het festival Krusa Laman op Curaçao dragen alle auteurs en artiesten in hun eigen taal voor. De vertaling hiervan in het Papiaments en het Engels wordt telkens simultaan op een groot scherm geprojecteerd. De FPI verzorgde al jaren met haar team vertalers de vertaling van alle teksten in het Papiaments. Ten behoeve van het Curaçaose publiek is er een metafoor voor het thema in het Papiaments gecreëerd: Kaminda rais a kue tera.
Dit thema wordt tijdens het festival op Curaçao vanuit verschillende invalshoeken belicht. Een subthema is migratie en migratie in de literatuur. In opdracht van de FPI schreef de Curaçaose antropoloog Richenel Ansano speciaal voor dit festival een gevoelig essay, getiteld Between Love and Terror: Having a Sense of Belonging is no Joke. Dit essay zal samen met het programmablad gratis worden verspreid onder alle bezoekers van het festival.

Ook de Openbare Bibliotheek Curaçao schenkt bijzondere aandacht aan het thema Kaminda rais a kue tera. Op 9 april opent de bibliotheek op feestelijke wijze een grootse expositie over Krusa Laman en het thema, met allerlei soorten informatie over alle deelnemende auteurs en artiesten, hun werk, landen van oorsprong en dergelijke.

Hiernaast zijn er speciale workshops voor de middelbare scholen die de auteurs bezoeken. Creatief schrijfster Elodie Heloise is enthousiast bezig om de scholen die meedoen, de studenten en docenten op een ludieke manier warm te maken voor het festival en het auteursbezoek. Tijdens deze workshops zullen de leerlingen zelf met het thema aan de slag gaan en materiaal aanleveren voor de expositie in de bibliotheek.

Uiteraard wordt het thema A Sense of Belonging ook op de avonden zelf uitgediept. Naast de voordrachten van de reeds genoemde auteurs en artiesten creëert beeldende kunstenaar Frouwkje Smit een artistieke diashow van een aantal bekende en relatief onbekende, zowel oudere als jonge Curaçaose (migranten)auteurs en kunstenaars. Aan deze auteurs is gevraagd om hun favoriete plekje op Curaçao, de plek waar zij zich het meest thuis voelen, met een bijpassende tekst te kiezen. Gecombineerd met muziek maakt Frouwkje hiervan een verrassend geheel dat op vrijdagavond 16 april in Villa Maria, Scharloo vertoond wordt. Veelzijdige artiest, schrijver en theatermaker Roland Colastica praat de hele vrijdagavondshow wervelend aan elkaar.

Informatie

Datum en tijd vrijdag 16 april 2010 van 20:00 tot 22:30 uur
Locatie Villa Maria - Curaçao
Prijs NLG 10,-

Bas Heijne

(Nijmegen, 1960) schrijft romans, essays, verhalen en toneelstukken en hij is columnist van NRC Handelsblad. Hij publiceerde de romans Laatste woorden en Suez, ontving in 2005 de Henriëtte Roland Holst-prijs en presenteerde in 2008 hij het TV-programma Zomergasten. In Moeten wij van elkaar houden, het populisme ontleed (2011) laat hij zien hoe globalisering en toenemend individualisme het populisme in de hand werken. In 2013 verscheen Angst en schoonheid, een essay over de door hem bewonderde Louis Couperus. In hetzelfde jaar werd zijn documentaire Louis Couperus - niet te stillen onrust uitgezonden. In 2015 presenteerde hij de vijfdelige documentaire De volmaakte mens. In 2016 verscheen zijn essay Onbehagen – nieuw licht op de beschaafde mens. In 2017 ontving Heijne de P.C. Hooft-prijs. Hij krijgt de oeuvreprijs voor zijn beschouwend proza.
Bas Heijne - foto Serge Ligtenberg

Bernice Chauly

(Georgetown, Penang, Maleisië, 1968) is een Maleisische schrijfster, actrice, fotografe en filmmaakster. Onlangs verscheen haar biografie Growing up with Ghosts, een verkenning van verdriet, van in persoonlijke en politieke geschiedenis en van bloedlijnen. Chauly publiceerde eerder twee dichtbundels: Going There and Coming Back (1997) en The Book of Sins (2007). In 2007 verscheen ook een verzameling korte verhalen, Lost in KL. Ze studeerde Engelse literatuur in Winnipeg in Canada en is al meer dan twintig jaar werkzaam in de kunst. Ze schrijft zowel in het Maleis als in het Engels. Chauly is van Chinese en Punjabi afkomst. Haar werk ontstaat uit de behoefte om verhalen te vertellen. Ze heeft gewerkt met gemarginaliseerde gemeenschappen, van prostituees en vluchtelingen tot inheemse bevolkingsgroepen. Ze verwerkt haar ervaringen zowel in proza als in film en fotografie. Ze houdt een blog bij op http://bernicechauly.wordpress.com/.

Iman Humaydan

(Libanon, 1956) brak in 2004 internationaal door met haar debuutroman B as in Beirut. Het verhaal wordt verteld door vier verschillende vrouwen die moeten leren leven met de gevolgen van de burgeroorlog. Het meest indringend is het verhaal van Warda, die gek wordt van verdriet en schuldgevoel omdat haar vader is omgekomen bij een bomaanslag en die vervolgens ook nog haar dochtertje verliest. In haar tweede boek Wild Mulberries (2008) beschrijft Iman Humaydan het leven in een klein Libanees dorpje in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hoofdpersoon Sarah is een jong meisje dat droomt van een betere toekomst en een ontmoeting met haar moeder, die haar dorp en de patriarchale regels die daar heersten ontvluchtte toen Sarah nog klein was. Iman Humaydan groeide ook op in een klein Libanees dorpje maar in een tolerante familie. Haar derde roman Hayawat Okhra (2010) verteld het verhaal van een vrouw die na jaren van ballingschap terugkeert en haar eigen stad en verleden reconstrueert. Hayawat Okhra komt eind 2011 uit in het Frans en Engels. Humaydan studeerde sociologie in Beiroet en is werkzaam als onderzoeker, journalist en zij initieert en implementeert ontwikkelingsprojecten op het Libenase platteland.
Iman Humaydan - foto Reine Mahfouz

Yasmine Allas

(Somalië, 1967) ontvluchtte haar geboorteland en belandde in 1987 in Nederland. Aanvankelijk wilde ze actrice worden, maar inmiddels is ze vooral bekend als schrijfster. In haar roman Een nagelaten verhaal (2009) beschrijft ze een jonge vrouw die na 23 jaar terugkeert naar haar geboorteland. Het wordt een emotioneel weerzien, wanneer blijkt dat het land is verwoest en er weinig meer van haar verleden te zien is. Yasmine Allas mengt zich regelmatig in het publieke debat in Nederland. Haar boek Ontheemd en toch thuis (2006) is een verzameling essays over het leven in multicultureel Nederland, die eerder in de Volkskrant verschenen. Ze neemt hierin geen blad voor de mond en weet de vinger vaak op de zere plek te leggen. Godsdienstfanatisme is in haar ogen de splijtzwam van de samenleving. Maatschappelijke misstanden spelen al een rol in haar werk vanaf haar debuutroman Idil, een meisje (1998). Hierin beschrijft ze het zware leven van een meisje in Somalië en stelt ze vrouwenbesnijdenis aan de kaak.
Yasmine Allas - foto Mark Kohn

Diana Lebacs

(Curaçao, 1947), heeft Indonesische, Europese, Curaçaose, Surinaamse en Indiaanse roots. Ze was onderwijzeres, schoolleider, trainer en coach voor onderwijsinnovatie, en schrijft sinds haar 23e in het Nederlands en Papiaments. Op haar eiland is ze, behalve als schrijfster, ook bekend als actrice, vertelster, voordrachtskunstenares, schrijver/regisseur van toneelstukken en actief betrokken bij het stimuleren en coachen van nieuw lokaal schrijftalent. Ze behaalde haar Bachelor of Education in de Papiamentse taal aan de Algemene Faculteit van de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) en is nu bezig met de Master opleiding Papiamentu. Voor haar kinderboek Nancho van Bonaire (Leopold, 1976) kreeg zij de Zilveren Griffel. En voor Caimins Geheim (Leopold/Stichting NANA, 2001) werd haar in 2003 de Cultuurprijs Prins Bernhard Cultuurfonds Nederlandse Antillen en Aruba voor Jeugdliteratuur toegekend. In 1994 verscheen haar eerste roman voor volwassenen: De langste maand (In de Knipscheer, 1994), die de jungle van drugsverslaving en werkeloosheid op Curaçao laat zien. zien. Recente publicaties zijn een prentenboek in het Papiamentu, Fula fula (2005, uitgave Rotary Curaçao), ‘Vrouwen aan het woord: Waarover we niet moeten praten’ (2007, In de Knipscheer). Unda Olivier ta/Waar is Olivier? (2009) is haar nieuwste kinderboek in het Papiamentu en Nederlands, uitgegeven door Fundashon Sembra Buki op Curaçao. Diana werkt nu aan haar tweede roman voor volwassenen.
Diana Lebacs

Elia Isenia

(Curaçao, 1957) zingt, componeert, is cultureel medewerker en vertelt verhalen. Ze schrijft gedichten, draagt voor en acteert. Als cultureel medewerker krijgt ze veel informatie van oudere mensen over de tradities en de cultuur op Curaçao. Zo heeft ze van hen liederen geleerd die bij verschillende werkzaamheden gezongen werden. Elia wordt vaak door scholen en instellingen gevraagd om lezingen te geven en haar kennis en ervaring over te dragen. Zij weet ook veel van seú, tambú en tumba, de authentieke ritmes van Curaçao. In 1991 werd Elia de eerste tumbakoningin van Curaçao. In 2010 werd ze voor de derde keer tot tumbakoningin gekroond met haar winnende tumba Mi pueblo a mandami, waarvan ze zowel de muziek als de woorden gemaakt heeft. Bij verschillende gelegenheden heeft Elia Curaçao in het buitenland vertegenwoordigd, onder andere in Cuba, Venezuela, de Dominicaanse Republiek, Ecuador, Suriname en Nederland. De populaire tumba-koningin zal tijdens het festival van Krusa Laman 2010 liederen die met het thema samenhangen ten gehore brengen. Deze worden speciaal gearrangeerd en begeleid door topmusicus Dennis Aalse en zijn ensemble.
Elia Isenia

Roy Evers

(Curaçao, Otrobanda, 1947) is wiskundige en computerspecialist en beschouwt zichzelf voor wat betreft zijn schrijverschap als een vreemde eend in de bijt. Hij is geboren en getogen in de volkswijk Otrobanda, waar hij zijn inspiratie uit put. In 2006 is hij uitgeroepen tot ‘Baluarte di Otrobanda’. In zijn boek Si no yobe lo pinga (2006), volgen wij de avonturen van Katan, de typisch Curaçaose oma (of moeder of tante), die een goed beeld geven van het dagelijkse leven in de stegen van Otrobanda. Onder het pseudoniem ‘Kompader’ (peetoom) schrijft hij met succes voor het volk. De Curaçaoënaar bevindt zich volgens hem in een identiteitscrisis en in zijn verhalen houdt hij hem een spiegel voor. In zijn tweede boek Awa di dos be no sa muha makaku (2007) herkent de Curaçaose man zichzelf in de hoofdfiguur Nando, een getrouwde man met twee kinderen en twee buitenvrouwen. In Komehein ta traha kas pa prikichi buta aden (2008) en Sansaña den Sabana (2009) laat hij dieren aan het woord, die zeer tot de verbeelding spreken. Zijn nieuwste boek Curaçao, kort door de bocht (2009) is in het Nederlands geschreven en bevat oneliners over de Curaçaose cultuur. Roy Evers is columnist voor het Antilliaans Dagblad en zendt regelmatig ingezonden stukken naar de kranten.

Shrinivási

(Suriname, 1926) wordt wel de 'dichter van de ontmoeting' genoemd, omdat hij in zijn werk culturen en mensen samenbrengt. De als Martinus Haridat Lutchman geboren onderwijzer verdiepte zich al jong in zijn Indiase roots. Hij was de eerste dichter die schreef in het Sarnami, de moedertaal van de Hindoestanen in Suriname en Nederland. Hij publiceerde ook enkele gedichten in het Hindi, maar het merendeel van zijn werk is in het Nederlands. Zijn eerste gedichten verschenen in 1952 onder de naam Fernando, maar later koos hij voor de Hindi-naam voor 'bewoner van Suriname': Shrinivási. De dichter bezingt in zijn gedichten de multiculturele inwoners, het klimaat en de natuur van zijn vaderland. Sinds zijn debuut Pratiksha (1968) publiceerde Shrinivási diverse poëziebundels en verhalen die opvallen door hun kwaliteit en muzikale en metaforische taalgebruik. Ook werkte hij mee aan diverse bloemlezingen van de Surinaamse literatuur waaronder Diversity is power (2007). Geert Koefoed maakte in 1984 een grote bloemlezing uit het werk van Shrinavasi: Een weinig van het andere. . In 2007 verhuisde hij weer terug naar Curaçao waar hij jarenlang in het onderwijs had gewerkt. Shrinivāsi overleed in 2019.
Shrinivási - foto Ton van de Langkruis

Roland Colastica

(Curaçao, 1960) is schrijver, toneelschrijver, acteur en docent. Hij debuteerde in de jaren negentig en publiceerde o.a. bundels met verhalen en gedichten zoals Rueda di fe en Djis kant'i Bo/Heel dicht naast mij. Ook schreef hij enkele kinderboeken en trad hij op tijdens boeken- en theaterfestivals in vele landen. Zijn monoloog Ninga bon presenteerde hij met veel succes bij vele gelegenheden. Een andere one-man show van Colastica is Fo'i bo kuenta, een tragikomische mengeling van verhalen, gedichten, sketches, muziek en liederen. Als schrijver en podiumkunstenaar heeft hij in alle werelddelen gewerkt en nam deel aan internationale literatuurfestivals zoals Een zee van verlangen (2001), Winternachten en Krusa Laman in Den Haag, Aruba, Curaçao en Bonaire. In 2006 ontving hij de hoogste culturele onderscheiding van Curaçao, de Cola Debrot Prijs, voor zijn toneelschrijf- en theaterwerk. Hij schreef een roman voor jongeren in het Nederlands: Vuurwerk in mijn hoofd. Momenteel is hij – met dank aan het Nederlands Letterenfonds - writer in residence in Amsterdam om daar te werken aan een roman voor volwassenen.
Roland Colastica voorstelling Verlangen

Frouwkje Smit

(Assen, Nederland 1980), studeerde fotografie aan de kunstacademie AKI /ARTEZ in Enschede (2000-2004). Samen met andere kunstenaars werkte ze twee jaar in de vrije richting en organiseerde ze kunstprojecten. Hierna volgde ze de Masteropleiding documentaire fotografie en bewegend beeld aan Post Sint Joost Academie in Breda (2006-2008). In elk kunstwerk ziet ze een nieuwe uitdaging. Het gaat vaak over mensen die noodgedwongen of in alle vrijheid op zoek zijn naar een nieuw bestaan. Soms is het over de reis zelf, het heden (dromen), het nu of het verleden (geschiedenis, herinneringen). Hiermee wil Smit een verhaal vertellen; haar fotografie, video’s en installaties zijn een uitnodiging om een open dialoog aan te gaan. Zowel in Nederland als tijdens haar reizen verzamelt ze die verhalen. Ze heeft een jaar in Uganda (Afrika) gewoond en op dit moment verblijft ze op Curaçao. Speciaal voor het literatuurfestival Krusa Laman op Curaçao en het bijhorende thema A Sense of Belonging of Kaminda rais a kue tera heeft Smit in opdracht van de FPI een diashow gemaakt van de favoriete plekken en teksten van een aantal Curaçaose auteurs en kunstenaars. Deze wordt op vrijdagavond 16 april 2010 in Villa Maria (Curaçao) vertoond.

Dennis Aalse Ensemble

Dennis Aalse (Curaçao, 1965) studeerde klassieke muziek en jazz aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en muziektherapie aan de Hogeschool Utrecht. Dennis is musicus, componist, arrangeur en muziekdocent. Hij speelt trompet, trombone, tuba, hoorn en piano. Hij is de oprichter van de Dennis Aalse Big Band. Bovendien is hij muzikaal directeur van Stichting Artefamia Producties, en de kinderband 3MGN (Dreamgene). Dennis trad op in o.a. de volgende bands:: AKEDE/Relampago/Toque de Mujer (eigen groepen, gespecialiseerd in Caribische muziek); Amstelveen Symfonie Orkest onder leiding van Saskia Boon (klassieke muziek); FRA FRA Sound o.l.v. Vincent Henar (Jazz/Surinaamse Beebop); Boogie Woogie o.l.v. Jaap Dekker (Jazz/Blues/Mainstream); Zamanakitoki o.l.v. Eric Calmes (Caribische Jazz). He produceerde meer dan 800 CD-opnames, waaronder die voor Dhaddy Brokke, Oscar Hernandez (USA), Ced Ride, Tony Sherman, ERA, Edsel Juliet en Gordon.
In de loop der jaren heeft hij voor verschillende groepen werk gecomponeerd en gearrangeerd, zoals Oscar Harris, Rick Breeze (Through my eyes), William Souvenir, Tutty Hansen (Ban bèk n’e rais), Hensley Ogenia (Christmas Wish), Orquesta AKEDE ( Amor de mis sueños), Cyrille van Hoof (Crazy from the heart). Hij is nu muziekdocent in het onderwijs, bij Ban Bria (MBO), SGP (VSBO) and FOSK.
Dennis Aalse - foto Pita Polo

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor