Roy Evers
(Curaçao, Otrobanda, 1947) is wiskundige en computerspecialist en beschouwt zichzelf voor wat betreft zijn schrijverschap als een vreemde eend in de bijt. Hij is geboren en getogen in de volkswijk Otrobanda, waar hij zijn inspiratie uit put. In 2006 is hij uitgeroepen tot ‘Baluarte di Otrobanda’. In zijn boek Si no yobe lo pinga (2006), volgen wij de avonturen van Katan, de typisch Curaçaose oma (of moeder of tante), die een goed beeld geven van het dagelijkse leven in de stegen van Otrobanda. Onder het pseudoniem ‘Kompader’ (peetoom) schrijft hij met succes voor het volk. De Curaçaoënaar bevindt zich volgens hem in een identiteitscrisis en in zijn verhalen houdt hij hem een spiegel voor. In zijn tweede boek Awa di dos be no sa muha makaku (2007) herkent de Curaçaose man zichzelf in de hoofdfiguur Nando, een getrouwde man met twee kinderen en twee buitenvrouwen. In Komehein ta traha kas pa prikichi buta aden (2008) en Sansaña den Sabana (2009) laat hij dieren aan het woord, die zeer tot de verbeelding spreken. Zijn nieuwste boek Curaçao, kort door de bocht (2009) is in het Nederlands geschreven en bevat oneliners over de Curaçaose cultuur. Roy Evers is columnist voor het Antilliaans Dagblad en zendt regelmatig ingezonden stukken naar de kranten.