De gesmoorde stem van de vrouw

29 september 2026

052writers 14 9

Dit korte essay werd geschreven door Alicja Gescinska voor het programma Vrouwen (her)schrijven geschiedenis op 14 september, over de stem van vrouwen in hun streven naar vrijheid, soms met gevaar voor eigen leven. Tijdens de avond ging Gescinska onder leiding van moderator Teddy Tops hierover in gesprek met schrijver Suzanna Jansen.

Haar laatste boek, De ontdekking van de vrouw, is een krachtig filosofische monoloog waarin Alicja Gescinska Simone de Beauvoir tot leven wekt. Een klassiek werk met actuele urgentie.

De gesmoorde stem van de vrouw

Door Alicja Gescinska

Ik was 19, net volwassen, toen het nieuwe millennium aanbrak. Ik herinner me nog goed dat iemand me toen zei wat een groot geluk dat was voor een vrouw. Want samen met het nieuwe millennium, begon ook ‘de eeuw van de vrouw’. Eindelijk zou de vrouw uit haar ondergeschikte positie loskomen en als gelijkwaardige van de man in de samenleving behandeld worden. We zijn vandaag, 14 september 2026. We zijn dus 8387 dagen opgeschoten in die ‘eeuw van de vrouw’. En ik moet mezelf en anderen daar af en toe aan herinneren, want – laten we eerlijk zijn – het valt voorlopig wel wat tegen met die ‘eeuw van de vrouw.’

Laten we gewoon naar het nieuws kijken van de voorbije week. Wie in Nederland de cultuurbijlagen opensloeg, kon daar een pittig debat aantreffen. Onderwerp: de vraag of het al dan niet mogelijk is om het moederschap met het schrijverschap te combineren. Ja, die discussie voeren we anno 2026 nog altijd. Kunnen goede moeders wel goede schrijvers zijn? Niet dat het ontbreekt aan moeders die bewijzen dat ze kunnen schrijven. Niet dat we al ettelijke feministische revoluties achter de rug hebben waardoor je zou hopen dat sommige zaken voor eens en voor altijd uitgeklaard zijn.

In Vlaanderen was er dan weer commotie rond een uitspraak van de Antwerpse burgemeester, die verkondigde niet te begrijpen waarom zoveel moeders klagen over het moederschap, en de combinatie kinderen en carrière. Kinderen zijn geweldig, vrouwen zouden er meer van moeten baren; aldus de burgemeester. Door de maatschappij weerklonk volgens critici een echo van het oude adagium: de vrouw dient om te baren en zij baart om te dienen. ‘Wat is een vrouw? ‘Tota mulier in utero, één en al baarmoeder’, zeggen sommigen. Al op de openingsbladzijde van haar lijvige De tweede sekse hekelt Simone de Beauvoir precies die overtuiging; en zowat achthonderd bladzijden lang zal zij dat blijven doen. Ze ontkracht de culturele, religieuze, sociale, economische, historische, filosofische drukkingsmiddelen waarmee de vrouw eeuwenlang gereduceerd is tot haar baarmoeder; tot de tweede sekse die in de schaduw van het prototype van de mens staat: de man. Haar snijdende analyse brengt haar tot haar befaamde stelling: ‘On ne naît pas femme, on le devient.’ ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt haar.’ Je wordt tot vrouw gemaakt door al die drukkingsmiddelen.

Haar boek verscheen in 1949, en is helaas nog altijd snijdend, pijnlijk accuraat en actueel. Mocht Beauvoir naar de wereld vandaag kijken; ze zou waarschijnlijk niet bepaald vrolijk gestemd kunnen zijn.

Laten we verder gaan met het nieuws. In de krantenkaternen gewijd aan de internationale politiek, domineert dan weer oorlog het wereldnieuws. Vrouwen spelen er geen rol van betekenis. Zowel in het verleden als vandaag: u zult met een vergrootglas moeten zoeken om een vrouw aan de onderhandelingstafels te zien waar beslist wordt over oorlog en vrede; over leven en dood; en dat zijn beslissingen over onze levens en onze dood. De wereldpolitiek wordt – zoals in de goeie ouwe tijd – nog steeds door mannen bepaald.

U denkt misschien dat ik een beetje chargeer; de vrijheid van de hyperbool hanteert om een probleem aan te kaarten dat in wezen kleiner is dan de overdrijving doet uitschijnen. Laten we er nog wat feiten bijnemen. In België – toch één van de meest vooruitstrevende, progressieve landen ter wereld – bestaat het kernkabinet geheel uit mannen. Alleen maar mannelijke ministers. Ja, niet één vrouw. In Frankrijk zijn slechts 1 op 5 burgemeesters vrouw; en als je naar de steden kijkt is dat percentage nog heel wat kleiner. Met andere woorden: vrouwen zijn wel in staat om een gehucht te besturen, maar het beleid van grootsteden is een mannelijk voorrecht. In Europa zijn er op dit moment 7 vrouwelijke premiers en 7 vrouwelijke presidenten. 7 op 44; of 7 op 51, als je er deels Europese landen als Turkije en Georgië bijneemt. Als een kind met zo’n cijfers naar huis komt, is dat niet gewoon een slecht rapport. Dat is grandioos gebuisd over de hele lijn. Dat is 1,5 op 10. En voor alle duidelijkheid: we hebben het hier dus over Europa, mensenlief, het continent van de Verlichting, de vooruitgang, de verandering, de vrijheid, de vrouw. Tja… de eeuw van de vrouw.

Niet alleen wat er in de wereld gebeurt, maar ook de interpretatie daarvan wordt door mannen bepaald. Mannen voeren het beleid en voeren het woord. Duiding in kranten en journaals wordt in regel door mannen geleverd. Mannen bepalen wat er in de wereld gebeurt en hoe we daarnaar moeten kijken. Immers: de man is de expert, de deskundige, de kenner. Dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn als experten in de media is een oud zeer. Het is grotendeels te wijten aan de ondervertegenwoordiging van vrouwen in een ander domein: de academische wereld. Vrouwen vormen meer dan de helft van de studenten aan universiteiten, maar hoe hoger de academische echelons, hoe minder vrouwen we er aantreffen. Van promovendi naar docenten, hoofddocenten en hoogleraren neemt de vrouwelijke vertegenwoordiging stelselmatig af. Met als gevolg: ongeveer 1 op 3 hoogleraren in Nederland en België is een vrouw.

Natuurlijk zijn er vele dingen veranderd ten opzichte van vroeger. Ik ben niet blind. Ja, vrouwen kunnen nu dingen doen waarvan ze vijftig jaar geleden amper durfden te dromen. Ja, er zijn stappen gezet, maar wat een kleine stapjes, o zo kleine, langzame, trage, treuzelende, slenterende stapjes. En laten we de stappen die achteruit gezet worden niet vergeten. Velen worden in slaap gewiegd door de bewering dat de vrouw vandaag de dag gelijk is aan de man. ‘De emancipatie is voltooid,’ beweren sommigen, uiteraard vooral mannen. Dat is een farce, een schakel in de keten van leugens die de vrouw in een ondergeschikte positie in de samenleving houdt. Alleen een ongeëmancipeerde geest gelooft dat de emancipatie voltooid is. Het is de nieuwste variatie op het oude thema dat het verhaal van de mensheid domineert: mannen verzinnen allerlei verhalen om hun suprematie te bestendigen. Nee, gelijkheid van man en vrouw is nog altijd een verre droom. De stem van de vrouw klinkt vandaag misschien luider dan vroeger, maar zij wordt nog altijd veel te weinig gehoord.

Meer dan een kwart van de nieuwe eeuw is verstreken en de positie van de vrouw is nog altijd deplorabel. ‘De beide seksen hebben de wereld nooit op voet van gelijkheid gedeeld. De vrouw is altijd, zo niet de slaaf, dan toch op zijn minst de vazal van de man geweest.’ Beauvoir schreef het in 1949, en het geldt nog steeds. In veel, zo niet alle landen ter wereld is de wettelijke positie van de vrouw niet gelijk aan die van de man. Zelfs in zogenaamd democratische landen, waar haar rechten volledig worden erkend, is er geen sprake van gelijkheid. Want de uitoefening van die rechten wordt in de praktijk verhinderd door oude gewoontes en gebruiken. Andermaal Beauvoir: ‘Zogezegd in alle opzichten gelijk zijn het toch de mannen die de betere baantjes hebben, de hoogste salarissen genieten en die betere kansen hebben om te slagen.’

Wanneer we willen begrijpen hoe dat komt – hoe het komt dat die eeuw van de vrouw maar niet uit de startblokken schiet – moeten we naar het verleden kijken. ‘Het heden heeft zich ontwikkeld uit het verleden en in het verleden is zo goed als de hele geschiedenis gemaakt en bepaald door mannen,’ lezen we in De tweede sekse. Ja, mannen schrijven geschiedenis. Het verbaast me, en tegelijk ook weer niet, dat de geschiedschrijving nog àltijd zo mannelijk is. Het verhaal van de mensheid is een dominant mannelijk verhaal. History is toch his-story; en de mensheid is in verschillende talen niet toevallig synoniem met de mannelijkheid. De mensheid is mankind in het Engels. De universele mensenrechten in het Frans? Les droits universels de l’homme. De man is de norm der mensheid; eeuwen en millennia lang. Dat dragen we mee in het heden; in onze ideeën en in onze woorden.

De wereldgeschiedenis is een verhaal van mannen, door mannen, voor mannen! Nog steeds. Ik nodig u uit: loop naar de afdeling geschiedenis in een willekeurige bibliotheek of boekhandel en kijk daar eens rond. Welke boeken, en hoeveel, zijn er geschreven door mannen en gaan over mannen? Doe dan eens hetzelfde met boeken van en over vrouwen. De man is de hoofdrolspeler in het verhaal van de mensheid.

Wat voor de geschiedenis geldt, geldt voor de geschiedschrijving: neem de bronnenlijst van eender welk naslagwerk eens door; en begin te turven om de man-vrouw-verhouding in kaart te brengen. U zal versteld staan hoe scheef die verhouding zit. Onlangs nog schreef de premier van België een boek over welvaart en de economische weg voorwaarts voor het land. In zijn literatuurlijst verwijst hij naar… niet één vrouw. Dat is geen uitzondering. Een vrouw als referentiepunt, als gesprekspartner, als bron, als expert; in literatuurlijsten is het heel vaak à la recherche de la femme perdue. En eens je het ziet, kun je het niet meer ontzien. Ons mens- en wereldbeeld zijn eenzijdig op mannelijke leest geschoeid.

Die geschiedenis werkt niet alleen door in onze denkbeelden, maar ook in onze straatbeelden. Hoeft het te verbazen dat ook die overwegend mannelijk zijn? Voorbeelden van creatieve kracht en kunde, van leiderschap en intelligentie, van succes in economisch, politiek, cultureel of sociaal opzicht: de norm is steeds de man. Hoeveel straten of pleinen zijn er naar mannen vernoemd en hoeveel naar vrouwen? Of neem nu standbeelden. Standbeelden sieren de publieke ruimte waarin we ons dagelijks bewegen met als boodschap: deze mens is bewonderenswaardig. En de belangrijke, bewonderenswaardige mensen zijn per definitie… mannen. Dag in dag uit worden we geconditioneerd en geïndoctrineerd om ons die overtuiging eigen te maken.

In Rotterdam staan er honderden standbeelden. Daarvan zijn er (tromgeroffel) vijf opgetrokken om bestaande vrouwen te eren. En als je koningin Wilhelmina niet meerekent, blijven er maar 2 over. Het kan natuurlijk nog erger. Wist u dat er in Engeland meer standbeelden van geiten zijn dan dat er standbeelden van bestaande vrouwen zijn? Ik verzin het dus niet. De geit wordt vaker op een pedestal gezet dan de vrouw.

Het zou grappig zijn, mocht het niet zo treurig zijn. Want de voorbeelden zijn helaas onuitputtelijk. In 2025 werd een traditie van 81 jaar doorbroken. Voor het eerst voerde de Wiener Philharmoniker tijdens het Nieuwjaarsconcert een

werk uit van een vrouwelijke componist. Ander voorbeeld: de Eiffeltoren vormt het gelaat van Parijs. Het is niet alleen een metalen fallus. Het is een monument dat andere monumenten bevat. Op de Eifeltoren zijn immers de namen gegraveerd van baanbrekende Franse wetenschappers: zij zijn allen monumenten van het intellect. Het afgelopen jaar kwam men evenwel tot de vaststelling dat niet één daarvan een vrouw is. Dat vond men na 137 jaar ‘niet passen bij de tijd’, bij deze ‘eeuw van de vrouw’, en dus heeft men een speciale commissie ingesteld om te onderzoeken welke vrouwen eventueel ook een plekje zouden verdienen op die ijzeren fallus, die één keer per uur flikkert.

Zelf won ik dit jaar de Socratesbeker: een prijs voor het beste filosofieboek van het jaar. Daardoor kreeg ik de voorbije maanden meermaals de volgende opmerking: ‘Wat zit jij nou te klagen over onrecht en ongelijkheid? Vrouwen winnen ook literaire prijzen, krijgen ook erkenning.’ En, daar komt ie… ‘Zie je wel: de emancipatie is… voltooid.’

De Socratesbeker werd voor het eerst in 2002 uitgereikt. Hij is dus zowat even oud als onze mooie eeuw van de vrouw. Nu is die beker in totaal 4 keer aan een vrouw toegekend; en 22 keer aan een man. Hoe komt dat? Er zijn maar 2 mogelijkheden: ofwel zijn mannen wijzer en betere filosofen dan vrouwen, ofwel zijn ze dat niet. Als mannen genetisch, biologisch niet bestemd zijn om intelligenter dan vrouwen te zijn, dan moeten we ons afvragen: hoe komt het dan dat mannen zo oververtegenwoordigd zijn in lijstjes van artistieke, intellectuele prijzen. Zijn mannen en vrouwen even intelligent, maar hebben mannen meer ruimte om boeken te schrijven? Krijgen die boeken vervolgens meer ruimte in de publieke sfeer en meer waardering? Wordt wat een man zegt misschien makkelijker voor diepzinnig gehouden dan wanneer een vrouw hetzelfde zegt? Waarom moet een vrouw zo vaak eerst doodgaan vooraleer zij ruimere erkenning krijgt?

Ook dat is een rode draad in mijn boek Vrouwen in duistere tijden. Zowat alle vrouwen in het boek bestaan dankzij postume roem. Zelfs de grote Hannah Arendt was tijdens haar leven niet de grote Hannah Arendt. Er werd op haar neergekeken als filosoof; ze was hooguit een journalist en publicist. Toen de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis in de jaren tachtig een lans voor haar werk brak en over haar wilde doceren, werd hij teruggefloten door zijn vakgroepoversten: les geven over Arendt mocht hij niet doen. Dat was geen échte filosofe, en bovendien; het was een vrouw. De jaren tachtig, dat is géén ver verleden te noemen.

Toen ik dan weer studeerde, van 2003 tot 2008, aan de universiteit Gent, werd er evenmin over Arendt gedoceerd. Meer nog: géén énkele vrouw stond centraal in de vakken filosofie en moraalwetenschap. Er werd hooguit eens verwezen naar Simone de Beauvoir. Echter als ‘vrouw van’. Ook heb ik maar van één vrouwelijke docent les gekregen. Kortom: de filosoof die lesgaf en de filosoof waarover les gegeven werd; dat was steeds een man. 4 jaar lang. De nullies – de jaren nul – dat is al helemaal geen ver verleden te noemen.

De voorbije decennia is er een kleine kentering gaande. Overal breken vrouwen door glazen plafonds, in de kunsten en in de letteren. Helaas doen ze dat veelal postuum. Doodgaan is de beste zet in de carrièreplanning van een creatieve vrouw. De belangrijkste stappen in haar loopbaan zet een vrouwelijke denker of kunstenaar na haar dood. Dat geldt zelfs voor Simone de Beauvoir. Ze had tijdens haar leven misschien niet te lijden onder een gebrek aan aandacht, maar: ze was toch, zoals ik al zei, voor velen vooral ‘de vrouw van’. Waarom had zij in 1964 – het jaar dat hij aan Sartre werd toegekend – de Nobelprijs voor Literatuur niet verdiend? Omdat de vrouw ondergeschikt en ondergewaardeerd is ten opzichte van de man. Ik geef het voor de volledigheid mee: de Nobelprijs voor Literatuur bestaat al meer dan 120 jaar; en ging welgeteld 18 keer naar een vrouw.

Aan al die postume erkenning kleeft een keerzijde: het creëren van alibivrouwen; excuses om de leugen in stand te kunnen houden dat het streven naar gelijkheid van man en vrouw inmiddels voltooid is. En vooral excuses om de vrouwen die nu leven nog steeds niet al te veel speelruimte te geven. De Wiener Philharmoniker voert eindelijk eens een keer een werk op van een vrouw, maar… intussen bestaat het orkest nog wel gewoon voor meer dan tachtig procent uit mannen.

De misvatting dat de emancipatie voltooid is, is een van de grootste obstakels voor de voltooiing van de emancipatie. Daarbij komt nog dat er een neoconservatieve revival gaande is die de vrouw probeert te verleiden terug te keren naar waar de man haar hebben wil: staand in de keuken en met gespreide benen liggend in bed. Er woedt een cultuuroorlog over het wezen van de vrouw. De manosfeer en de Andrew Tates van de wereld zijn zowel symptoom als probleem als oorzaak. De geschiedenis is geen lineair verhaal van verknechting naar bevrijding. We kunnen als samenleving wel degelijk stappen achterwaarts zetten, en daar moeten we voor vrezen in onze wereld, in onze vermeende eeuw van de vrouw.

De pessimist in mij zegt: de wereld gaat erop achteruit. Uit talloze indicatoren blijkt dat de democratische rechtsstaat in de hoek zit waar de klappen vallen, en met die rechtsstaat ook de idealen waarop die steunt: emancipatorische idealen van gelijkheid, solidariteit en verscheidenheid. Vaak is de vrouw een primair slachtoffer van het verval van rechten en vrijheden. Overal waar autoritaire regimes heersen, zijn er bijzondere restrictieve regels voor vrouwen. Helaas wint het autoritarisme terrein. Het gaat – zacht gezegd – niet zo goed met de wereld. Verkeert de vrije wereld in vrije val?

De optimist in mij zegt dan weer: pas in het vallen leert men vliegen. Pas wanneer vrijheden en rechten onder druk staan, leert men ervoor strijden. De strijd tegen ongelijkheid en onrecht moet nog steeds gevoerd worden. En die strijd begint bij het besef van de noodzaak ervan.

Discover