(Amsterdam, 1967) is fictie- en non-fictieschrijver, documentairemaker en recensent. In 1995 emigreerde ze naar Suriname en schreef Reishandboek Suriname . In 2005 verscheen haar debuutroman de Parbo-blues . In 2009 volgde de roman Solo, een liefde , over de ambities van twee geliefden in het koloniale Suriname en hun verlangen naar een beter leven. In 2011 schreef ze het jeugdtheaterstuk Bami Cola , opgevoerd in Paramaribo. Haar non-fictieboek Fansi’s stilte, een grootmoeder en de slavernij (2015) gaat over het leven van haar Surinaamse grootmoeder. In 2018 verscheen haar eerste lange documentaire Frits de Gids , waarin tradities van Marrons, nazaten van gevluchte slaven, centraal staan. In Plantage Wildlust (2020) beschrijft ze via verschillende personages het leven op een Surinaamse plantage aan het begin van de 20e eeuw, tijdens de periode van contractarbeid. De wilde vaart , verschenen in 2022, vertelt in teksten en beelden over een bootreis waarin Leuwsha en haar man over de Surinaamse wateren op zoek gaan naar hun eigen kern en de veerkracht van een volk. Tessa Leuwsha recenseerde voor de Ware Tijd -literair, schreef artikelen voor diverse media en nam deel aan internationale literaire festivals en diverse radio- en tv-programma’s. Ze werkt als cultureel attaché bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo.
Tessa Leuwsha - foto Sirano Zalman