Live Bloemlezing en discussie

LIve bloemlezing 2001 - foto Serge Ligtenberg

Wat is het mooiste gedicht over diaspora? Een programma in twee delen. In het eerste deel las een aantal van de Winternachtgasten een favoriet gedicht uit de wereldliteratuur. De schrijvers werden geïntroduceerd door Basil Appollis. Aansluitend op de Live Bloemlezing leidde Henk van Woerden met een korte lezing een discussie in over het thema diaspora en de schrijver. De discussie onder leiding van Michaël Zeeman bleek een goede aanloop voor de komende boekenweek, over de 'spagaat' waarin schrijvers uit twee culturen zouden leven.

Informatie

Datum en tijd zondag 21 januari 2001 van 14:00 tot 16:30 uur
Locatie Theater aan het Spui

Anna Enquist

(Amsterdam, 1945) studeerde piano en psychologie. Tot 2000 werkte ze als psychoanalytica. In 1991 debuteerde ze met de gedichtenbundel Soldatenliederen, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs. Haar tweede bundel Jachtscènes verscheen in 1992 en ontving de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Van haar eerste roman Het meesterstuk (1994) werden binnen twee jaar 70.000 exemplaren verkocht. Deze roman werd onderscheiden met de Debutantenprijs. Haar tweede roman Het geheim verscheen in januari 1997 en won de Trouw Publieksprijs. In het voorjaar van 1999 verscheen Enquists eerste verhalenbundel De kwetsuur. Haar meest recente werk is de roman De Sprong (2003) en de gedichtenbundel Tussentijd (2004). Enquist publiceert geregeld gedichten en verhalen in het literaire voetbaltijdschrift Hard Gras.
WN2005
Anna Enquist - foto Bert Nienhuis

Ardashir Vakil

Ardashir Vakil - foto Serge Ligtenberg 2001

Bas Heijne

(Nijmegen, 1960) schrijft romans, essays, verhalen en toneelstukken en hij is columnist van NRC Handelsblad. Hij publiceerde de romans Laatste woorden en Suez, ontving in 2005 de Henriëtte Roland Holst-prijs en presenteerde in 2008 hij het TV-programma Zomergasten. In Moeten wij van elkaar houden, het populisme ontleed (2011) laat hij zien hoe globalisering en toenemend individualisme het populisme in de hand werken. In 2013 verscheen Angst en schoonheid, een essay over de door hem bewonderde Louis Couperus. In hetzelfde jaar werd zijn documentaire Louis Couperus - niet te stillen onrust uitgezonden. In 2015 presenteerde hij de vijfdelige documentaire De volmaakte mens. In 2016 verscheen zijn essay Onbehagen – nieuw licht op de beschaafde mens. In 2017 ontving Heijne de P.C. Hooft-prijs. Hij krijgt de oeuvreprijs voor zijn beschouwend proza.
Bas Heijne - foto Serge Ligtenberg

Basil Appollis

is acteur, toneelschrijver, film- en theaterregisseur en performer. In zijn werk speelt het Kaapse Afrikaans een grote rol. Hij maakte diverse producties voor de SABC (Zuid-Afrikaanse televisie), en werkte op het toneel samen met o.a. Pieter Dirk Uys en Soli Philander.
Basil Appollis tijdens Winternachten 2002 - foto Serge Ligtenberg 2001

Breyten Breytenbach

(1939, Bonnievale) is een Zuid-Afrikaanse schrijver en schilder met Frans burgerschap. Hij studeerde aan de universiteit van Kaapstad. Hij werd een felle tegenstander van de apartheid en verliet Zuid-Afrika in 1960 om zich in Parijs te vestigen. Bij zijn terugkeer in Zuid-Afrika in 1975 werd hij gearresteerd en veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf. In The True Confession of an Albino Terrorist beschrijft hij aspecten van zijn gevangenschap. Na zijn vrijlating keerde hij terug naar Parijs. Breytenbach schreef poezie, proza, essays en toneelstukken. Zijn gedichten vertonen sterke metaforen en een complexe combinatie van verwijzingen naar het Boeddhisme, Afrikaanse spreektaal, en herinneringen aan het Zuid-Afrikaanse landschap. Breytenbach is ook bekend als schilder. In zijn werk portretteert hij surrealistische menselijke en dierlijke figuren, meestal in gevangenschap. Hij heeft verschillende literaire en kunst prijzen voor zijn werk ontvangen. Hij is actief in verschillende organisaties van Zuid-Afrikaanse politieke bannelingen.
Breyten Breytenbach tijdens 10 jaar Hivos Cultuurfonds - foto Ed Lonnee

Ellen Ombre

(1948, Paramaribo, Suriname) verhuisde als tiener met het gezin naar Amsterdam, deed hier de MULO en volgde een studie sociale wetenschappen. Het werk in de geestelijke gezondheidszorg leverde stof voor haar boeken. Op 44-jarige leeftijd maakte Ombre haar debuut met het veelgeprezen Maalstroom (1992). In deze verhalenbundel haalt ze herinneringen op aan haar eerste jaren in Nederland. Van haar hand verscheen tevens Wie goed bedoelt (1996), een autobiografische reisverslag waarin ze een driehoek trekt tussen Suriname, Nederland en Benin, de handelsroute waarlangs vroeger slaven werden gehaald. In 2000 publiceerde ze Valse verlangens, waarin vooroordelen tussen Surinamers en Nederlanders de revue passeren. In 2004 verscheen haar boek Negerjood in Moederland. Ombre is lid van de internationale raad van advies van het Prins Claus Fonds. In 2005 verhuisde ze naar Suriname.
Ellen Ombre - foto Serge Ligtenberg 2001

Ian Buruma

(Den Haag, 1951) is sinoloog, japanoloog, journalist en schrijver. In zijn omvangrijke oeuvre zijn de Aziatische cultuur, democratie, religie, politiek, het islamitisch fundamentalisme en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog terugkerende thema's. Zijn essays verschijnen onder meer in The New York Times, The Guardian, NRC en The New York Review of Books. Buruma groeit op in Den Haag als zoon van een Britse moeder en een Nederlandse vader. In Hun beloofde land, mijn grootouders in tijden van liefde en oorlog vertelt Buruma het verhaal van zijn in Londen geboren Duits-Joodse grootouders. Hij is sinds 2003 hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek in New York. In 2008 ontving hij de Erasmusprijs.
Ian Buruma - foto Merlijn Doomernik

Jit Narain

(Jidt Narainsingh Baldewsingh, Livorno, Suriname, 1948) werd als kleinzoon van immigranten uit India geboren in Suriname. In 1969 ging hij naar Nederland om medicijnen te studeren, waarna hij in Den Haag huisarts werd. In 1991 keerde hij terug naar Suriname. Sindsdien leidt hij een polikliniek in Saramacca. Hij is een fel voorvechter van de emancipatie van het Sarnami, het hindoestaans Surinaams, en kreeg voor zijn verdiensten de Rahman Khan-prijs. Narain schrijft gedichten en teksten die voorgelezen kunnen worden, maar ook gezongen. Zijn gedichten weerspiegelen de geschiedenis en herinnering van Hindoestaanse immigranten in Suriname. Hij schrijft in het Sarnami en in het Nederlands en benadert zo vanuit verschillende perspectieven dezelfde verborgen geschiedenis van de immigrant. Hij debuteerde in 1977 met de bundel in Sarnami Dal Bhat Chatni (Rijst, gele erwten, chutney). Na zijn debuut volgden nog zes bundels, waarvan sommige tweetalig.
Jit Narain - foto Serge Ligtenberg 2001

Lasana M. Sekou

(Aruba, 1959) is uitgever, dichter en auteur van monologen, korte verhalen en essays. Zijn meest recente dichtbundel is 37 Poems uit 2005. Hij publiceerder verder onder meer The Salt Reaper – Poems from the flats (2005, 2004), Big Up St. Martin: Essay & Poem (1999), Brotherhood of the Spurs (1997), Quimbé – The Poetics of Sound (1991), Mothernation (1991), Love Songs Make You Cry (1989), Nativity & Dramatic Monologues for Today (1988), Born Here (1986), Maroon Lives - A Tribute to Grenadian Freedom Fighters (1983), Images in the Yard (1983), For the Mighty Gods … An Offering (1982), en Moods for Isis – Picture Poems of Love and Struggle (1978). Hij werd geboren als Harold Hermano Lake en groeide op in Sint Maarten. In Amerika studeerde hij politieke wetenschappen en massa-communicatie. Tijdens zijn studie aldaar veranderde hij zijn naam in Lasana (dichter) Sekou (strijder). In 1984 keerde hij terug naar Sint Maarten waar hij schrijver en co-regisseur was voor Traditions, het jaarlijkse theaterfestival van Sint Maarten. Hij is de samensteller van de boeken The National Symbols of St. Martin - A Primer en The Independence Papers - Readings on a New Political Status for St. Maarten. Op scholen, universiteiten en festivals in de gehele wereld heeft Sekou gastlezingen gegeven over geschiedenis, cultuur, politiek en literatuur. Zijn werk verscheen in diverse tijdschriften als The Massachusetts Review, Del Caribe en De Gids. In 1982 begon hij met House of Nehesi Publishers, een uitgeverij in Sint Maarten die werk van zowel oude als nieuwe schrijvers uitgeeft.
Lasana M. Sekou - foto Serge Ligtenberg 2001

Rajeev Balasubramanyam

Rajeev Balasubramanyam - foto Serge Ligtenberg 2001

Vamba Sherif

(Liberia, 1973) is romanschrijver, essayist, journalist en filmcriticus. Zijn debuutroman Het land van de vaders (1999) is deels gebaseerd op de verhalen van zijn grootmoeder en gaat over de clash tussen uit de VS teruggekeerde slaven en andere Liberianen. De roman De Zwarte Napoleon (2015) portretteert Samori Touré, die in de 19e eeuw het Wasulu-rijk stichtte in westelijk Afrika. Journalistiek werk, waaronder filmrecensies, is gepubliceerd in onder meer The New York Times, Trouw en One World. Met Ebissé Rouw stelde hij de verhalenbundel Zwart (2018) samen met Afro-Europese literatuur uit de Lage Landen. In 2021 verscheen Ongekende liefde, waarin hij zijn levensverhaal vertelt aan zijn tienjarige dochter Bendu. Sherifs Engelstalige historische roman The Emperor's Son (2023) volgt Zaiwulo, een wonderkind dat traint bij de wijze Talata van de Haidarah-familie in Musadu. Verstrikt in de intriges van keizer Samori, groeit Zaiwulo uit tot een geducht soldaat.
Vamba Sherif - foto Robert van der Molen

Henk van Woerden

(Leiden, 1947, overleden in 2005) was schilder en schrijver. Hij woonde vanaf zijn negende jaar in Zuid-Afrika en remigreerde na zijn studie aan de kunstacademie naar Europa. Van Woerden beleefde in 2001 zijn internationale doorbraak. In dat jaar kreeg hij voor Een mond vol glas (1998) de prestigieuze Sunday Times Fiction/ Alan Paton Award uitgereikt, de prijs voor het beste boek van Zuid-Afrika. Een mond vol glas, een kroniek over Tsafendas, de moordenaar van premier Verwoerd, was het slotdeel van een drieluik over Zuid-Afrika. Zijn prozadebuut Moenie kyk nie (1993), dat werd bekroond met de Geertjan Lubberhuizenprijs, was het eerste deel en de roman Tikoes uit 1996 het tweede. Eind 2002 verscheen Notities van een luchtfietser, waarin hij verslag doet van zijn reizen in de verbeelding en van zijn reizen in het 'echt'. In februari 2003 ontving hij de Frans Kellendonk prijs. In oktober 2005 verscheen zijn laatste roman Ultramarijn. Postuum won hij in 2006 met dit boek de Vlaamse literatuurprijs de Gouden Uil.
Henk van Woerden - foto Serge Ligtenberg

Michaël Zeeman

(1958-2009) was dichter, schrijver en publicist en werkte als vaste columnist voor de Forum-pagina en Cicero van de Volkskrant. Eerder was Zeeman chef kunstredactie bij de Volkskrant en van 2006-2007 correspondent in Rome. Sinds 1997 was hij als adviseur en gespreksleider betrokken bij festival Winternachten. In 2006 verscheen Wie Kan het Paradijs Weerstaan, een briefwisseling met Abdelkader Benali, waarin beide schrijvers van gedachten wisselen over politiek, het leven, de liefde en literatuur. In 2002 ontving Zeeman de Gouden Ganzenveer, vanwege zijn verdiensten voor de Nederlandse literatuur. Zeeman verwierf in de jaren negentig bekendheid als gespreksleider door zijn maandelijkse boekenprogramma 'Laat op de avond na een korte wandeling', dat later 'Zeeman met boeken' ging heten. In 1991 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel Beeldenstorm, waarvoor hij de C. Buddingh-prijs ontving. Zijn tweede bundel, Verhoudingen, verscheen in 1995. In datzelfde jaar publiceerde hij ook de verhalenbundel De Verduistering. In 2009 overleed hij aan de gevolgen van een hersentumor.
Michaël Zeeman - foto Serge Ligtenberg

Jan Eijkelboom

(1926, Ridderkerk)in Ridderkerk geboren. Kort na de bevrijding neemt hij in 1945 vrijwillig dienst. Gedurende de hierop volgende 5 jaar maakt hij onder meer de politionele acties in Indonesië mee en ervaart gruwelen die hij eerder verdringt dan verwerkt. Terug in Nederland wordt hij student te Amsterdam, waar hij ook gaat wonen. HIj studeert Engels en politicologie. Werd redacteur van Propria Cures waarin toen naast anderen Aad Nuis en Renate Rubinstein publiceerden, en van Tirade in 1957. Hij werkt als journalist voor Vrij Nederland. Twee jaar later wordt hij benoemd tot adjunct-hoofdredacteur. Hij schrijft later voor De Dordtenaar en Het Vrije Volk. Tijdens psychotherapie die hij ondergaat in verband met zijn Indonesische ervaringen ontstaan in 1976 de eerste gedichten. In 1980 verschijnt zijn debuutbundel Wat blijft komt nooit terug. In 1983 wordt hem voor zijn bundel De gouden Man de Herman Gorter-prijs toegekend. Hij overleed in februari 2008.
Jan Eijkelboom - foto Serge Ligtenberg 2001

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor