Antjie Krog Sestig

Antjie Krog en Raj Mohan

Nederlandse dichters eerden de Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Antjie Krog, die haar zestigste verjaardag in Den Haag kwam vieren. Een feestelijke avond, waarin Antjie Krog haar favoriete Afrikaanstalige gedichten voordroeg. Adriaan van Dis sprak met haar over de positie van de dichter in Zuid-Afrika. Een keur aan dichters trad voor haar op, zoals Hester Knibbe, Christine Otten, Rob Schouten, Jan Baeke, Tsead Bruinja, Rodaan Al Galidi, Anton Korteweg, Raj Mohan, Peter Swanborn, Jan van der Haar en Ad Zuiderent.

Ter gelegenheid van haar verjaardag schreven meer dan veertig dichters een gedicht voor Antjie Krog. Deze gedichten zijn gebundeld in een speciale uitgave van Tortuca, tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst, die op deze avond aan haar werd aangeboden. Bas Kwakman, directeur van Poetry International Rotterdam, presenteerde het programma.

Antjie Krog (23 oktober 1952) is een van de belangrijkste schrijvers van Zuid-Afrika: dichter, schrijver van proza en non-fictie, en journalist. Een heldere analytica wordt zij genoemd en een verfrissende denker. In De kleur van je hart (2000) deed zij op indringende wijze verslag van het werk van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. Na haar poëziedebuut Dogter van Jefta in 1970 publiceerde ze nog vele bundels zoals Otters in bronslaai, Jerusalemgangers, Lady Anne, Kleur kom nie alleen nie en Lijfkreet. Haar werk werd vele malen bekroond, onder andere met de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Hertzogprijs, de Pringle Award en de Alan Paton Award.

Informatie

Datum en tijd woensdag 10 oktober 2012 van 20:30 tot 22:00 uur
Locatie Podium B - Centrale Bibliotheek Den Haag, Spui 68, 5e etage

Jan Baeke

(Roosendaal, 1956) is dichter en vertaler. Baeke’s poëziebundel Groter dan de feiten kreeg lovende kritieken en werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In deze bundel neemt hij de lezer in vaak dubbelzinnige filmische gedichten mee naar een zonovergoten maar beklemmende mediterrane provinciestad waar weemoed, onbehagen en liefde op de loer liggen. Baeke debuteerde in 1997 met de bundel Nooit zonder paarden. Het werk van Baeke is beïnvloed door filmers als Luis Buñuel en Andrej Tarkovksi en dichters als Ingeborg Bachmann en Jaap Kaplinski. Werk van Baeke is vertaald in het Engels en het Frans. Sinds 2009 is hij verbonden aan Poetry International in Rotterdam. 
Jan Baeke ontvangt de Jan Campert-prijs 2016 voor Seizoensroddel. De jury: "Zo vanzelfsprekend als de gedichten van Jan Baeke klinken, zo weinig soepel is de wereld die hij beschrijft in zijn meesterlijke bundel. Veel beschutting is er niet te vinden in deze onbehagelijke poëzie, maar wel de troost van het besef dat we allemaal de weg kwijt zijn.
Jan Baeke - foto Keke Keukelaer

Mark Boog

(Utrecht, 1970) studeerde korte tijd Kunstmatige Intelligentie en werkte even bij de PTT. In 1995 debuteerde hij als dichter in het tijdschrift De Appel. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift Mondzeer en de Reuzenkreeft uitgaf. In 2000 verscheen Boogs eerste dichtbundel Alsof er iets gebeurt, waarmee hij de C. Buddingh’ Prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor De encyclopedie van de grote woorden. In 2001 debuteerde hij als roman-schrijver met De vuistslag. In de hierop volgende jaren volgden dichtbundels en romans elkaar in hoog tempo op. Boog publiceert bovendien in literaire tijdschriften als Hollands Maandblad en De Gids en treedt af en toe op.

Tsead Bruinja

(1974, Rinsumageest) debuteerde in 2000 met de Friestalige dichtbundel De wizers yn it read (De wijzers in het rood). In 2008 verscheen de tweetalige bloemlezing uit zijn Friese gedichten, De Berte fan it swarte hynder/De geboorte van het zwarte paard. Bruinja heeft de gedichten zelf vertaald en in veel gevallen bewerkt. In deze bundel geeft hij een beeld van zijn jeugd op het Friese platteland, waarbij de ziekte en dood van zijn moeder een prominente plaats innemen. Bruinja stelde diverse bloemlezingen samen waaronder Droom in blauwe regenjas (2004), een compilatie van Friese gedichten, Klotengedichten (2005, poëzie over het scrotum) en Kutgedichten (2005, over het vrouwelijke geslachtsdeel). In 2007 verscheen de dichtbundel Bang voor de bal. Tsead Bruinja schreef recensies over poëzie voor Trouw, Awater, Ietsmetboeken en Boeken.vpro.nl. Bruinja combineert zijn voordrachten vaak met live muziek, zoals flamenco, trance en hiphop en interviewt regelmatig andere dichters voor publiek.
Tsead Bruinja - foto Hilde Brandsma

Adriaan van Dis

(Bergen, 1946) groeide op in een gezin met een Indische achtergrond. Dit is terug te vinden in meerdere van zijn romans waaronder Indische duinen (1995), Familieziek (2002) en in Naar zachtheid en een warm omhelzen (2023), bekroond met de NS Publieksprijs. Van Dis werd beroemd met zijn TV-programma Hier is… Adriaan van Dis (1983-1992). Naast romans schreef hij novellen, reisverhalen, essaybundels en toneelstukken; presenteerde hij tv-documentaireseries. Hij won onder meer de Libris Literatuurprijs en is onderscheiden met de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre. Recent verschenen de bundel Vijf vrolijke verhalen (2021), de roman KliFi, woede in de republiek Nederland (2022) en het essay De kolonie mept terug: over witte arrogantie en voortschrijdend inzicht: een denkoefening en leesreis (2024)Tijdens het Writers Unlimited Festival 2026 is Van Dis op zaterdagmiddag 24 januari hoofdgast van een gesprek n.a.v. de verschijning van zijn nieuwe boek Alles voor de reis, en maken hij en zijn interviewer Simon Dikker Hupkes zondagochtend 25 januari, live met publiek, een nieuwe aflevering van zijn podcastreeks Van Dis Ongefilterd.

Bekijk de website van Adriaan van Dis
Adriaan van Dis - foto: Jeanette Huisman

Robert Dorsman

(Utrecht, 1955) is vertaler van (Zuid-)Afrikaanse, Britse, Amerikaanse en Caribische literatuur en poëzie, w.o. werk van John Updike, Chinua Achebe, Etienne van Heerden, Breyten Breytenbach en Antjie Krog. Samen met Adriaan van Dis stelde hij O wye en droewe land samen, een bundel met honderd-en-een gedichten in het Afrikaans. Hij vertaalde de enige dichtbundel van dichter en zanger Gert Vlok Nel: Om te lewe is onnatuurlik (Het is onnatuurlijk om te leven) en een reeks gedichten van Charl-Pierre Naudé voor Tirade, Revolver en Revisor. Uit het Engels vertaalde hij onder andere The Story of an African Farm, van Olive Schreiner, The Heart of Redness, van Zakes Mda, Gertrude and Claudius van John Updike en Dancing in the Dark en Foreigners van Caryl Phillips.
Robert Dorsman

Rodaan Al Galidi

(Irak, 1971) ontvluchtte zijn land in 1998 na een studie bouwkunde, kreeg asiel in Nederland en kon zich hier in 2007 legaal vestigen. Inmiddels zijn er dichtbundels, romans, waaronder Dorstige rivier (2008), en boeken met columns van hem verschenen. Hij ontving in 2000 de El Hizjra-literatuurprijs en in 2011 de Literatuurprijs van de Europese Unie. In 2013 verscheen 'Liever niet', antwoordt de liefde, een bundel met verrassende liefdeslyriek. In zijn roman Hoe ik talent voor het leven kreeg vertelt hij over zijn ervaringen tijdens zijn periode als asielzoeker in Nederland en is net in het Engels verschenen als Two Blankets, Three Sheets. Zijn gedichtenbundel Koelkastlicht (2016) kreeg een VSB Poëzieprijs-nominatie. Al Galidi publiceerde in 2017 het verhalenboek Duizend-en-een-nachtmerries en in 2018 de dichtbundel Neem de titel serieus. In februari 2020 verschijnt zijn nieuwste boek Holland.
Rodaan Al Galidi - foto Serge Ligtenberg

Ineke Holzhaus

(1951) acteerde, schreef en regisseerde bij diverse theatergezel-schappen, maakte hoorspellen voor de radio en de HoorSpelFabriek en publiceert sinds 2006 gedichten. Haar bundel Waar je was verscheen in 2011. In 2012 publiceerde ze de verhalenbundel Meisje in het blauw. De bundel Groeisels, voor lezers vanaf elf jaar, verschijnt in het voorjaar van 2013. In de OBA in Amsterdam presenteert Ineke Holzhaus het poëzieprogramma, Poëzie op zondag. Ook is zij al jarenlang presentator van The Maastricht International Poetry Nights. Ze is docent creatief schrijven o.a. voor School der Poëzie in Amsterdam en ze speelt het programma Elektra, mijn opa en ik, een familievertelling met eigen poëzie en proza.

Jan van der Haar

is geboren op 15 augustus 1960 in St. Maartensdijk, op het eiland Tholen. Hij studeerde Nederlands en Italiaans aan de Universiteit Utrecht en is sinds 1992 beëdigd vertaler Italiaans. Na jaren als docent aan diverse taleninstituten in Utrecht, Amersfoort, Baarn, De Bilt en Den Haag is hij sinds 1999 non-stop actief als literair vertaler Italiaans. Met Robert Dorsman vertaalt hij incidenteel Zuid-Afrikaanse poëzie, met name die van Antjie Krog. Daarnaast schrijft hij zelf gedichten, die hij publiceerde in literaire tijdschriften als De Tweede Ronde, Bunker Hill en Passionate Magazine. In september 2012 verschijnt zijn debuutbundel 'Vrolijk scheppen' bij uitgeverij IJzer. Jan van der Haar is lid van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) en van PEN-Centrum Nederland. Van 2005 tot 2010 was hij redacteur van de SLAU (Stichting Literaire Activiteiten Utrecht).

Jan Klug

werd in 1957 in Duitsland geboren en verhuisde voor zijn conservatorium-studie jazz saxofoon naar Groningen. Al snel trad hij op als gastmusicus in een grote verscheidenheid aan bands. Sinds zijn studie heeft hij in meer dan zestien landen opgetreden. Hij is sinds 1995 verbonden aan de poëzie en muziekgroep 'Dichters uit Epibreren'. Behalve saxofoon speelt hij fluit, theremin en de door hemzelf uitgevonden patafoon. Hij transformeert zijn muziek tot 'soundscapes', door het gebruik van electronische effecten, en door de computer gegenereerde muziek.Behalve musicus en componist, is Klug ook media-kunstenaar.
Win 2004
Jan Klug tijdens Winternachten 2005 - foto Serge Ligtenberg

Hester Knibbe

(Harderwijk, 1946) debuteerde in 1982 met Tussen gebaren en woorden. Daarna verscheen nog een tiental dichtbundels. Belangrijke thema’s in haar werk zijn de vergankelijkheid en het verlies van een kind. Via de stem van mythische figuren maar ook door een tuin, rivier of duinplan te laten spreken verbindt ze duurzaamheid en vergankelijkheid en geeft ze zin aan de menselijke worsteling met angst en schaamte. In haar laatste bundel Archaïsche dieren komen reflectie en het alledaagse tobben en moeten op een prachtige manier samen. De bundel is genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2015. Haar werk is o.a. al bekroond met de Herman Gorterprijs, de Anna Blaman Prijs en de A. Roland Holst-Penning. Van 2008-2010 was ze voorzitter van de Nederlandse afdeling van de internationale schrijversorganisatie PEN. Haar gedichten zijn vertaald in het Engels, Frans, Duits, Spaans, Turks en Hebreeuws. Knibbe publiceerde in literaire tijdschriften als Raster, De Gids en Maatstaf en nam deel aan diverse poëziefestivals in binnen- en buitenland.
Hester Knibbe - foto Arend Knibbe

Anton Korteweg

(Zevenbergen, 1944) studeerde Nederlands en algemene literatuurwetenschap. Hij was enige jaren docent in zijn woonplaats Leiden en later aan de universiteit aldaar, in combinatie met een recensentschap voor poëzie bij het Het Parool. In 1979 volgde zijn aanstelling bij het Letterkundig Museum. In zijn periode als hoofdconservator verhuisde het museum in 1982 naar het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek. Een ander wapenfeit was de aankoop van het manu-script van De Avonden van Gerard Reve. Hij ging in 2009 met pensioen. Sinds zijn debuut in het literair tijdschrift Tirade in 1968 heeft hij met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Voor zijn poëzie werd Korteweg in 1986 de A. Roland Holst-Penning toegekend.

Antjie Krog

(Zuid-Afrika, 1952) is behalve dichter, schrijver en academicus ook een geliefd voordrachtkunstenaar. Verschillende poëziebundels van Krog werden vertaald in het Nederlands. Haar boek Country of My Skull (De Kleur van je hart, 2000 en in 2004 verfilmd) is een persoonlijk getint verslag van de zittingen van de Waarheidscommissie van Desmond Tutu. Haar autobiografische herinneringen A Change of Tongue (2003) verschenen in 2009 in het Nederlands als Een Andere Tongval. Krogs werk is met verschillende prijzen bekroond, zoals de Hertzogprijs in Zuid-Afrika en de Gouden Ganzenveer die ze in 2018 in Nederland kreeg uitgereikt. Hoe zeg je dat, een bloemlezing uit haar eigen werk, en Niets liever dan zwart verschenen in 2010, gevolgd door onder meer Waar ik jou word (gedichten), Hoe alles hier verandert (non-fictie) en, januari 2020, de tweetalige uitgave Broze aarde.
Antjie Krog | B-Unlimited 15 februari 2019

Bas Kwakman

Liesbeth Lagemaat

Tom Lanoye

(België, 1958) Een slagerszoon met een brilletje (1985) was het schrijversdebuut van Tom Lanoye. Naast romans schrijft de gelauwerde Vlaming ook poëzie, scenario's, columns en toneelstukken. Lanoye woont en werkt afwisselend in Kaapstad en Antwerpen, waar hij van 2003-2005 stadsdichter was. Met de twaalf uur durende toneelmarathon Ten Oorlog (1997), zijn bewerking in verzen van acht stukken van Shakespeare, oogstte hij internationaal succes. Hij schreef bestsellers als Sprakeloos, Het derde huwelijk, Ten oorlog en Kartonnen dozen. Er is werk van hem vertaald in meer dan vijftien talen en zes van zijn romans werden verfilmd. In 2012 schreef hij het boekenweekgeschenk: Heldere Hemel. Zijn laatste roman Zuivering (2017) is een typische Lanoye: inktzwart met een ingenieuze plot en een virtuoze stijl. Tijdens het Winternachten festival in 2014 ontving Tom Lanoye de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre.
Tom Lanoye

K. Michel

(Tilburg,1958) is een pseudoniem: Michael Maria Kuijpers heeft van zijn achternaam een initiaal en van zijn voornaam een achternaam gemaakt. Hij debuteerde in 1989 met Ja! Naakt als de stenen. Vervolgens verschenen Boem de nacht, dat bekroond werd met de Herman Gorterprijs 1995, en Waterstudies, waarvoor hij de Jan Campertprijs en de VSB Poëzieprijs ontving. Voor zijn bundel Bij eb is je eiland groter kreeg hij in 2011 de Awater Poeziëprijs. Naast poëzie publiceert Michel regelmatig essays en verhalen, en vertaalde hij gedichten van onder meer Michael Ondaatje en Octavio Paz. In 2004 verscheen zijn vierde poëziebundel, Kleur de schaduwen. Zijn tweede verhalenbundel, In een handpalm, verscheen in 2008.

Raj Mohan

(Suriname, 1962) publiceerde in 2008 zijn eerste dichtbundel Bapauti / Erfenis, een verdieping van de songs van zijn album Kantráki / Contractarbeider. In 2011 volgde de bundel Tihá / Troost met liedteksten van zijn popalbum Daayra. De zanger, dichter en componist - met wortels in India waar zijn voorouders vandaan komen, geboren in Suriname, en zijn thuisland Nederland - dicht en zingt over maatschappelijke thema's maar ook zaken die in Hindoestaanse en Indiase kringen als taboe gelden. Mohan schrijft in het Sarnámi, de taal van de Hindoestanen in Suriname en Nederland. Hij is oprichter en artistiek leider van muziekformaties zoals het Raj Mohan Ensemble, Vistar en Shai'rana, waarmee hij optreedt in binnen- en buitenland. Hij speelt en zingt composities gebaseerd op eigen teksten en op gedichten van hedendaagse Urdu-dichters, in de (licht)-klassieke Noord-Indiase traditie.
Raj Mohan

Christine Otten

(Deventer, 1961) is schrijver, performer en theatermaker. In 2004 brak ze door met De laatste dichters, die genomineerd werd voor de Libris Literatuur Prijs. Deze roman, over de levensloop van vier zwarte Amerikanen die furore maakten onder de naam ‘The Last Poets’, werd bewerkt voor theater. We hadden liefde, we hadden wapens (2016) is een wervelende roman over het leven van de zwarte burgerrechtenstrijder Robert F. Williams in Amerika en over opkomen voor het recht te mogen zijn wie je bent, ongeacht de consequenties. Een van ons (2020), haar roman over de levenslang gestrafte Luc werd als theatermonoloog opgevoerd. In haar roman Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld (2024) probeert Anir na twaalf jaar detentie 'buiten' een nieuw leven op te bouwen. De mede door Otten in 2020 opgerichte Stichting Blocknotes zet creatief schrijven in voor empowerment en talentontwikkeling van mensen in de gevangenis.
Christine Otten - foto Keke Keukelaar

Rob Schouten

Schouten (Hilversum, 1954) studeerde Nederlands en manifesteert zich sinds het eind van de jaren zeventig van de 20e eeuw als dichter en literatuur-criticus. Sinds 1980 schrijft hij voor het dagblad Trouw columns en recensies, sinds 1981 verzorgt hij voor het weekblad Vrij Nederland poëzierecensies. In het seizoen 1986/1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury's, schreef diverse dichtbundels en essays, een verhalen-bundel en een roman. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.

Peter Swanborn

(1963) debuteerde als dichter met Bij het zien van zijn lichaam (2007, nominatie C. Buddingh'-prijs). In 2009 verschenen Een koud bad en Tot ook ik verwaai (nominatie J.C. Bloem-prijs). Zijn werk verscheen o.m. in De Gids, Süddeutsche Zeitung (BRD), Modern Poetry in Translation (UK), Action Poétique (FR), en Tortuca, het tijdschrift waarvan hij sinds 2006 redactielid is. Hij was tekstschrijver bij Nieuw Muziektheater Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij samen met componist Christian Blaha. Momenteel bewerken zij de tangoliederen van Ástor Piazzolla. Peter Swanborn is sinds 1997 literair medewerker van de Volkskrant.

Anne Vegter

(Delfzijl, 1958) studeerde aan Akademie voor Expressie in Utrecht. Met Geerten ten Bosch maakte ze het kinderboek De dame en de neushoorn (1989), gevolgd door haar tweede kinderboek Verse Bekken! en poëziedebuut Het veerde (1991). Ze schreef proza als Ongekuiste versies en Harrie's hoofdingang, en theater als Struisvogels op de Coolsingel (2005). Ze kreeg de Anna Blaman Prijs voor haar oeuvre. Poëzie bundelde Vegter in Aandelen en obligaties (2002) en Spamfighter (2007). Van januari 2013 tot januari 2017 was Anne Vegter Dichter des Vaderlands. In 2017 verscheen Wat helpt is een wonder – Gedichten van de Dichter des Vaderlands 2013-2017. Voorjaar 2017 verscheen de gezamenlijke dichtbundel Ik hier jij daar van Vegter en de Palestijns-Syrische dichter Ghayath Almadhoun.
Anne Vegter - foto Jacqueline van der Kort | KB

Ad Zuiderent

(’s Gravendeel, 1944) studeerde Nederlands. Na een periode als docent werkte hij als wetenschappelijk medewerker aan de Vrije Universiteit. Hij schreef recensies voor Trouw en De Tijd en is redacteur van het Kritisch Literatuur Lexicon. Zuiderent is tevens dichter. Sinds 1966 publiceert hij gedichten in literaire tijdschriften, zoals Merlyn, Raster, Soma, Maatstaf, De Revisor, Tirade en het Nieuw Wereldtijdschrift. In 1968 debuteerde hij met de bundel Met de apocalyp-tische mocassins van Michel de Nostredame op reis door Nederland waarin hij de door hem beleefde watersnood van 1953 beschrijft.

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor