Surinaamse en Papiamentu bloemlezers

Jit Narain - foto Serge Ligtenberg 2001

Informatie

Datum en tijd zaterdag 30 januari 1999 20:30 tot 23:45 uur
Locatie Theater aan het Spui - kleine zaal

Jeroen Vullings leidde een gesprek met Michiel van Kempen, bloemlezer van de Surinaamse letteren, en Aart Broek, redacteur van een recent verschenen anthologie van de literatuur in het Papiamentu. Broek introduceerde drie Antilliaanse auteurs: Gibi Bacilio, dichter en performer uit Curaçao, trad op met zijn percussionist Xavier Cordoba. Verder traden op Frank Martinus Arion en de Arubaans/Nederlandse schrijver Denis Henriquez. Michiel van Kempen introduceerde twee Surinaamse auteurs: Jit Narain, dichter en voorvechter van het Sarnami (Surinaams-Hindostaans) en Antoine de Kom, woonachtig in Nederland.

Aart G. Broek

(Maasland, 1954) woonde van 1981-2001 op Curaçao waar hij zich verdiepte in de cultuur van de Antillen en in de dikwijls conflictueuze relatie van de westerse wereld met de niet-westerse wereld en de oorzaken van geweld. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen over Antilliaanse schrijvers, waaronder Met liefde behandelen, een hommage aan Boeli van Leeuwen. Eind januari verschijnt De hemel is van korte duur, het verzameld werk van Tip Marugg waar hij samen met G.W. Rutgers aan werkte. In 2007 publiceerde hij De terreur van schaamte, brandstof voor agressie, waarin hij kritische kanttekeningen plaatst bij de cultusrealisering van geweld en het gebrek aan een menselijke benadering van agressie en geweld. Broek is zelfstandig adviseur en onderzoeker en werkt parttime voor het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden aan een onderzoeksproject over de politiegeschiedenis van Suriname en de Nederlandse Antillen en Aruba.

Aart G. Broek - foto Marijke Schweitz

Frank Martinus Arion

(Curaçao, 1936) studeerde Nederlands in Leiden. Hij doceerde in Amsterdam en werkte van 1975 tot 1981 aan de lerarenopleiding in Suriname. Daarna keerde hij terug naar Curaçao en werd hoofd van het taalbureau Instituto Lingwistiko Antiyano. Hij is oprichter van een Papiamentstalige school op humanistische grondslag: Kolegio Erasmo. Hij schrijft verhalen, essays, poëzie en romans. Zijn succesvolle debuutroman Dubbelspel (1973) wordt momenteel verfilmd. Na Dubbelspel verschenen o.a. de romans Nobele wilden (1979) en De laatste vrijheid (1995), waarvoor hij in 2001 de Cola Debrotprijs kreeg. In november 2001 verscheen de verhalenbundel De eeuwige hond. Zijn meest recente roman, De deserteurs, verscheen in 2006.
Frank Martinus Arion - foto Serge Ligtenberg

Denis Henriquez

(Aruba, 1945) studeerde in Delft, is leraar natuurkunde te Rotterdam. Schreef enkele toneelstukken en een filmscenario. Debuteerde in 1992 met de roman Zuidstraat. In 1995 verscheen Delft Blues, een vaak komische zedenschets van het studentenleven uit de jaren zestig.
(WN 1998)

Gibi Bacilio

(Curaçao, 1950) is dichter en voordrachtskunstenaar. Hij studeerde filosofie en theologie in Colombia en Nederland. In Utrecht rondde hij zijn studies af aan de Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar en was daar docent dramatische expressie. Hij woont op Curaçao. Bacilio is zeer actief in het (straat)toneel, met name in Grupo di Teatro Foro, waarvan hij in de jaren zeventig en tachtig de artistiek leider was. Hij produceerde en presenteerde culturele televisieprogramma's en bekwaamde zich verder in de voordracht van orale literatuur en geschreven ritmische poëzie, het genre dat hij zelf schrijft. Bacilio schrijft over het koloniale verleden, de indianen, de slavernij en de dominante en verwarrende opstelling van Nederland. Maar er is ook veel tederheid en erotiek in zijn werk. Zijn gedichten zijn gepubliceerd in verscheidene boeken en tijdschriften. In 2000 verscheen de dichtbundel Kueru Marká.
Gibi Bacilio - foto Serge Ligtenberg

Jeroen Vullings

(Haarlem, 1962) werkt sinds 1993 voor Vrij Nederland, als redacteur (De Republiek der Letteren) en literair criticus. Hij publiceerde de essaybundel ‘Meegelokt naar een drassig veldje. Literatuur in verandering’ (1993) en werkt aan de biografie van H.J.A. Hofland.Voordat hij zijn intrek nam bij Vrij Nederland, werkte Jeroen Vullings onder meer voor de Belgische krant De Standaard, de NPS en de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam. Hij studeerde Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam.

Jeroen Vullings

Jit Narain

(Jidt Narainsingh Baldewsingh, Livorno, Suriname, 1948) werd als kleinzoon van immigranten uit India geboren in Suriname. In 1969 ging hij naar Nederland om medicijnen te studeren, waarna hij in Den Haag huisarts werd. In 1991 keerde hij terug naar Suriname. Sindsdien leidt hij een polikliniek in Saramacca. Hij is een fel voorvechter van de emancipatie van het Sarnami, het hindoestaans Surinaams, en kreeg voor zijn verdiensten de Rahman Khan-prijs. Narain schrijft gedichten en teksten die voorgelezen kunnen worden, maar ook gezongen. Zijn gedichten weerspiegelen de geschiedenis en herinnering van Hindoestaanse immigranten in Suriname. Hij schrijft in het Sarnami en in het Nederlands en benadert zo vanuit verschillende perspectieven dezelfde verborgen geschiedenis van de immigrant. Hij debuteerde in 1977 met de bundel in Sarnami Dal Bhat Chatni (Rijst, gele erwten, chutney). Na zijn debuut volgden nog zes bundels, waarvan sommige tweetalig.
Jit Narain - foto Serge Ligtenberg 2001

Antoine de Kom

(Den Haag, 1956) is psychiater, schrijver en dichter. Hij is een kleinzoon van de Surinaamse anti-kolonialist, nationalist  en verzetsstrijder Anton de Kom. Van zijn hand verschenen de dichtbundels Tropen (1991), De kilte in Brasilia (1995), Zebrahoeven (2001), Chocoladetranen (2004) en De lieve geur van zijn of haar (2008). Antoine de Kom was jarenlang als psychiater verbonden aan het Pieter Baan Centrum. In 2012 publiceerde hij Het misdadige Brein, waarin hij aan de hand van fictieve gesprekken met misdadigers uit de geschiedenis laat zien hoe rapportages van verdachten tot stand komen. Voor Ritmisch zonder string (2013) werd hij bekroond met de VSB Poëzieprijs.
Antoine de Kom

Michiel van Kempen

(Oirschot, 1957) leefde vijf jaar in Suriname en vervolgens bijna tien jaar in de Amsterdamse Bijlmermeer. Van Kempen is de samensteller van twee omvangrijke bloemlezingen: Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) en Mama Sranan. 200 jaar Surinaamse verhaalkunst (1999). Hij promoveerde in 2002 met zijn proefschrift Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, een studie van de Surinaamse literatuur tot aan de onafhankelijkheid in 1975. Hij publiceerde de verhalenbundels Landmeten (1992), Bijlmer, oh Bijlmer! (1993) en Pakistaanse nacht (2002), de roman Plantage Lankmoedigheid (1997) en een reisverslag over India, Het Nirwana is een lege trein (2000). Tijdens Winternachten 2005 werd de bloemlezing Noordoostpassanten, die hij samenstelde met Wim Rutgers, gepresenteerd. In 2006 verscheen zijn roman Vluchtwegen.
Michiel van Kempen tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor