Nieuwe Beeldenstormen - debat

Schrijfster Ellen Ombre introduceert zichzelf door het publiek op te roepen tot gezang: 'Waar de blanke top der duinen' - foto Serge Ligtenberg 2003

Culturele identiteit in internationaal perspectief. Een forumdiscussie i.s.m. het Prins Claus Fonds. Bij wijze van introductie verleidde Ellen Ombre zaal en panel tot het aanheffen van 'Waar de blanke top der duinen', het lied dat ze als kind in Suriname leerde zingen. Henk Hofland beloofde dat wij op weg waren naar vernieuwing van de Nederlandse culturele identiteit. Algemeen was de klacht te horen dat de Nederlanders vaag, onzorgvuldig en zonder gepaste trots met hun culturele erfenis om gaan. Cultuur hoort een exportartikel te zijn, dat wel wat meer overheidssteun mag krijgen. Ambassadeur Van den Assum pleitte voor het opnemen van Zuid-Afrika als geassocieerd lid van de Taalunie. Kijk voor reacties op dit programma onder 'forum'.

Informatie

Datum en tijd vrijdag 17 januari 2003 van 14:00 tot 17:30 uur
Locatie Theater aan het Spui

Ellen Ombre

(1948, Paramaribo, Suriname) verhuisde als tiener met het gezin naar Amsterdam, deed hier de MULO en volgde een studie sociale wetenschappen. Het werk in de geestelijke gezondheidszorg leverde stof voor haar boeken. Op 44-jarige leeftijd maakte Ombre haar debuut met het veelgeprezen Maalstroom (1992). In deze verhalenbundel haalt ze herinneringen op aan haar eerste jaren in Nederland. Van haar hand verscheen tevens Wie goed bedoelt (1996), een autobiografische reisverslag waarin ze een driehoek trekt tussen Suriname, Nederland en Benin, de handelsroute waarlangs vroeger slaven werden gehaald. In 2000 publiceerde ze Valse verlangens, waarin vooroordelen tussen Surinamers en Nederlanders de revue passeren. In 2004 verscheen haar boek Negerjood in Moederland. Ombre is lid van de internationale raad van advies van het Prins Claus Fonds. In 2005 verhuisde ze naar Suriname.
Ellen Ombre - foto Serge Ligtenberg 2001

Laetitia van den Assum

studeerde internationaal recht en internationale betrekkingen in Amsterdam en New York. Vanaf 1977 is zij werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken waar haar werk zich aanvankelijk sterk richtte op de Verenigde Naties. Gedurende een periode van vijf jaar werkte zij bij het VN-kinderfonds UNICEF, als hoofd van het kantoor in Tanzania. Voordat zij in 2000 werd benoemd tot Nederlandse ambassadeur in Zuid-Afrika was ze ambassadeur in Thailand, Cambodja, Birma en Laos. Zij heeft verschillende publicaties op haar naam staan, o.a. op het terrein van de rechten voor de mens.
WIN 2003.
Laetitia van den Assum tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Louk de la Rive Box

(1942) was onder meer medeoprichter en penningmeester van het Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling. Hij studeerde een jaar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en vertrok daarna naar de Verenigde Staten, waar hij naast sociologie ook ceramiek studeerde en promoveerde aan Columbia University. Hij keerde terug in Nederland in 1972 en werkte o.a. voor de Vakgroep Agrarische Sociologie Niet-Westers van de Landbouw Universiteit Wageningen. Van 1989 tot 1993 werkte hij voor Ontwikkelingssamenwerking bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Box was van 1993 tot 2000 directeur van het European Centre for Development Policy Management. Vanaf 2000 is hij verbonden aan de Universiteit Maastricht als hoogleraar Internationale Samenwerking. In 2005 volgde hij professor Opschoor op als rector van het Institute of Social Studies.
Louk de la Rive Box tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

H.J.A. Hofland

(1927, Rotterdam) studeerde Politicologie in Amsterdam. Sinds 1953 is hij actief op journalistiek gebied. Hij vervult hierbij uiteenlopende functies, variërend van verslaggever, redacteur, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, tv-criticus en columnist tot correspondent in New York. Onder het pseudoniem S. Montag publiceerde Hofland in NRC Handelsblad zijn zaterdagse Overpeinzingen. Deze stukken zijn uitgegroeid tot vijf bundels columns en een reisverhaal. Daarnaast is hij schrijver van romans. In zijn autobiografie Het diepste punt van Nederland schetst hij de tragische en heroïsche geschiedenis van Rotterdam rond de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast snijdt hij grote vraagstukken aan als: hoe reageert een kind als alles wat hij kent is verwoest. In 1995 verscheen de cultuurkritische essaybundel De Elite verongelukt. Hierin geeft Hofland de lezer stof tot denken door het reële schrikbeeld van onze beschaving te tonen. Op scherpe en geraffineerde wijze laat hij de lezer geloven dat de oplossing ligt in onderlinge samenhang van problemen. In 2002 verscheen de bundel Op zoek naar de pool; het beste van H.J.A. Hofland. In dat jaar werd hij uitgeroepen tot Nederlands journalist van de 20e eeuw.
WIN 2002
H.J.A. Hofland tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Mai Ghoussoub

(Beiroet, Libanon) studeerde Franse Literatuur aan de Amerikaanse Universiteit van Beiroet. In 1979 verhuisde Ghoussoub naar Londen, waar ze beeldhouwen ging studeren aan Morley College. Sindsdien werkt ze beeldend kunstenaar, schrijver en uitgever. Diverse artikelen over cultuur, esthetiek en de Midden-Oosten problematiek verschenen van haar hand. Ze publiceerde in 1998 een collectie korte verhalen onder de titel Leaving Beirut, Women and the Wars Within. Hierin beschrijft zij haar jeugd en de burgeroorlog in haar geboorteland. Ghoussoub was vier jaar lang lid van de internationale raad van advies van het Prins Claus Fonds.
WIN 2002
Mai Ghoussoub tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Paul Schnabel

(1948) is directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau. Schnabel studeerde sociologie aan de universiteit Utrecht en de Universiteit Bielefeld. Hij promoveerde in 1982 aan de Erasmus Universiteit. Vanaf 1987 was hij hoogleraar Sociaal en Cultureel Beleid aan de Universiteit Utrecht. Schnabel is naast zijn werkzaamheden voor het Sociaal Cultureel Planbureau ook actief als columnist voor het NRC-Handelsblad en het Financieel Dagblad. Hij is daarnaast onder meer voorzitter van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid en lid van de Sociaal Wetenschappelijke Raad.
WIN 2002
Paul Schnabel tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Fouad Laroui

(Marokko, 1958) won in 2013 de Prix Goncourt de la Nouvelle voor zijn verhalenbundel L'étrange affaire du pantalon de Dassoukine. Sinds zijn debuut in 1996 is humor zijn wapen tegen intolerantie, zowel in zijn romans als in zijn overige werk. In zijn fictie, zoals de verhalenbundel Poldermarokkanen (2010) en de romans Een kleine bedrieger (2012) en De rijkste vrouw van Yorkshire (2014) beschrijft Laroui keer op keer de botsing van de Noord-Afrikaanse cultuur met de westerse. Zijn roman L'insoumise de la porte de Flandre (2017) gaat over Fatima, een vrouw uit Molenbeek die voor alles zoekt naar vrijheid. Fouad Laroui groeide op in Casablanca en studeerde econometrie en wis-, natuur- en bouwkunde in Parijs. Hij doceert Franse letterkunde en Arabische culturen aan de Universiteit van Amsterdam.
Fouad Laroui - foto Eduard Lampe

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor