Op zoek naar de onafhankelijke geest - deel 3

Een afsluitend gesprek met alle deelnemers aan de zoektocht naar de onafhankelijke geest. Een gesprek onder leiding van Michaël Zeeman. Nederlandstalig.

Michaël Zeeman, Marlene Dumas, Herman Franke, Theo Loevendie, Tijs Goldschmidt, Marja Brouwers en Breyten Breytenbach

Informatie

Datum en tijd vrijdag 20 januari 2006 22:55 tot 23:45 uur
Locatie Theater aan het Spui - grote zaal
Prijs € 25,- (Uitpas € 23,50 CJP/studentenkaart/ooievaarspas € 12,50)

De avond werd afgesloten met een gesprek tussen alle deelnemers aan de zoektocht om tot enkele conclusies te komen over de manier waarop het onafhankelijk denken beschermd kan worden. Tot slot een visie van de schrijver Samuel Beckett op het menselijk denken: akteur Paul Röttger speelde de monoloog van Lucky uit het toneelstuk Wachten op Godot. Michaël Zeeman leidde het gesprek. Nederlandstalig.

Paul Röttger

studeerde in 1976 af aan de Arnhemse Toneelschool. De eerste twee jaren speelde hij veel in film- en televisieprodukties; daarna koos hij voor het toneel. Hij werkte 10 jaar bij het Ro theater en speelde onder regisseur Franz Marijnen o.a. Tartuffe en Pinokkio, onder Karst Woudstra in De opera van Smyrna en onder Jos Thie en Antoine Uitdehaag Mordred in Merlijn. Daarna maakte hij de overstap naar het ‘vrije circuit’ en speelde o.a. in Amadeus en de Wijze Kater. Hij geeft les, regisseert en geeft leiding aan het Rotterdams Centrum voor Theater. Hij speelde in 2005 samen met Peter Tuinman, Karel de Rooij en Peter de Jong in Samuel Beckett's Wachten op Godot.
Scenefoto uit Wachten op Godot, Paul Röttger als Lucky - foto Leo van Velzen

Michaël Zeeman

(1958-2009) was dichter, schrijver en publicist en werkte als vaste columnist voor de Forum-pagina en Cicero van de Volkskrant. Eerder was Zeeman chef kunstredactie bij de Volkskrant en van 2006-2007 correspondent in Rome. Sinds 1997 was hij als adviseur en gespreksleider betrokken bij festival Winternachten. In 2006 verscheen Wie Kan het Paradijs Weerstaan, een briefwisseling met Abdelkader Benali, waarin beide schrijvers van gedachten wisselen over politiek, het leven, de liefde en literatuur. In 2002 ontving Zeeman de Gouden Ganzenveer, vanwege zijn verdiensten voor de Nederlandse literatuur. Zeeman verwierf in de jaren negentig bekendheid als gespreksleider door zijn maandelijkse boekenprogramma 'Laat op de avond na een korte wandeling', dat later 'Zeeman met boeken' ging heten. In 1991 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel Beeldenstorm, waarvoor hij de C. Buddingh-prijs ontving. Zijn tweede bundel, Verhoudingen, verscheen in 1995. In datzelfde jaar publiceerde hij ook de verhalenbundel De Verduistering. In 2009 overleed hij aan de gevolgen van een hersentumor.
Michaël Zeeman - foto Serge Ligtenberg

Herman Franke

(1948-2010) studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na jarenlang een prominente criminoloog te zijn geweest, legde hij zich toe op literatuur en zag de verandering als een kleine stap: ‘Schrijvers zijn misdadigers’, schreef Franke in Trouw (2000), doelend op de morele vrijheid die schrijvers zich toestaan. In 1992 debuteerde hij met de roman Weg van loze dromen. Voor zijn roman De verbeelding ontving Franke de Generale Bank Literatuurprijs, de AKO Literatuurprijs van nu. Hij schrijft regelmatig in dagbladen en literaire tijdschriften, waaronder een tweewekelijkse column in de Volkskrant. In 2004 verscheen een compilatie van zijn columns onder de titel Waarom vrouwen betere lezers zijn. Een jaar eerder publiceerde hij zijn omvangrijke roman Wolfstonen en in 2004 de bundel Notulen met ultrakorte verhalen. Franke wisselt de gekoesterde eenzaamheid van de schrijfkamer regelmatig af met publieke optredens. Herman Franke overleed in 2010 aan de gevolgen van kanker.
Herman Franke tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Breyten Breytenbach

(1939, Bonnievale) is een Zuid-Afrikaanse schrijver en schilder met Frans burgerschap. Hij studeerde aan de universiteit van Kaapstad. Hij werd een felle tegenstander van de apartheid en verliet Zuid-Afrika in 1960 om zich in Parijs te vestigen. Bij zijn terugkeer in Zuid-Afrika in 1975 werd hij gearresteerd en veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf. In The True Confession of an Albino Terrorist beschrijft hij aspecten van zijn gevangenschap. Na zijn vrijlating keerde hij terug naar Parijs. Breytenbach schreef poezie, proza, essays en toneelstukken. Zijn gedichten vertonen sterke metaforen en een complexe combinatie van verwijzingen naar het Boeddhisme, Afrikaanse spreektaal, en herinneringen aan het Zuid-Afrikaanse landschap. Breytenbach is ook bekend als schilder. In zijn werk portretteert hij surrealistische menselijke en dierlijke figuren, meestal in gevangenschap. Hij heeft verschillende literaire en kunst prijzen voor zijn werk ontvangen. Hij is actief in verschillende organisaties van Zuid-Afrikaanse politieke bannelingen.
Breyten Breytenbach tijdens 10 jaar Hivos Cultuurfonds - foto Ed Lonnee

Marlene Dumas

is beeldend kunstenaar. Een belangrijk deel van haar werk bestaat uit tekeningen en aquarellen, voornamelijk figuren en portretten. Marlene Dumas levert met haar werk dikwijls een scherp commentaar op ingesleten rolpatronen en sociale verhoudingen. De "Black Drawings" (1991-92) bestaan uit 111 afzonderlijke portretten waarmee ze ingaat op stereotiepe indelingen naar ras en huidskleur, die geen ruimte laten voor individuele waardering. De series "Defining in the Negative" (1988) en "Strong Works" (1990) leveren commentaar op traditionele rollen van de vrouw als model, muze of minnares. Ook de rol van de vrouw als moeder en seksualiteit zijn onderwerpen voor tal van haar tekeningen. Het werk van Marlene Dumas kenmerkt zich dikwijls door deze combinatie van directheid en intimiteit. Recent werk bestaat uit een serie portretten van geblinddoekte Palestijnse mannen, die ze gemaakt heeft in reactie op de situatie in het Midden-Oosten.
Marlene Dumas - foto Chris van Houts

Tijs Goldschmidt

(Amsterdam, 1953) is evolutiebioloog en schrijver. In zijn essays presenteert hij zich als de missing link tussen alfa en bèta. Steeds weer plaatst hij de wetenschap in een breder cultureel kader. Zijn essays verschenen onder andere in Vis in Bad (2014) en in Kloten van de engel (2007). In september 2016 verschijnt bij Seven Stories Press in New York een bundel met zijn essays onder de titel The Other Left Side. Goldschmidt vertrok na zijn studie vijf jaar naar Tanzania om daar in het Victoriameer cichliden (baarsachtige vissen) te bestuderen. Die studie mondde uit in een proefschrift en een boek waarin hij zijn wetenschappelijke bevindingen combineerde met persoonlijke ervaringen, Darwins hofvijver (1994). Het boek werd vertaald in onder andere het Engels, Frans, Duits, Japans en Chinees. Goldschmidt besloot in 1993 om zijn universitaire carrière op te geven om zich volledig te wijden aan zijn schrijverschap. In 2007 hield hij de Huizingalezing in Leiden onder de titel Doen alsof je doet alsof. Sinds 2009 is hij adviseur van de Rijksakademie van Beeldende kunsten in Amsterdam.
Tijs Goldschmidt - foto Hans Aarsman

Theo Loevendie

studeerde compositie bij Ernest W. Mulder en Léon Orthel en klarinet bij Ru Otto aan het Amsterdams conservatorium. Als componist/improvisator (op sopraan- en altsaxofoon) en als leider van Boy Edgars Big Band en zijn eigen Theo Loevendie Consort groeide hij uit tot een internationaal vermaard jazzmusicus. In 1968 maakte hij zijn entree in de wereld van de gecomponeerde muziek met het werk Scaramuccia voor klarinet en orkest. Sindsdien heeft Loevendie een gevarieerd oeuvre ontwikkeld. Hoogtepunten zijn de liederencyclus Six Turkish folkpoems (1977), de verklanking van Andersens sprookje De nachtegaal (1979) en het orkestwerk Flexio (1979). In de jaren tachtig en negentig ontwikkelde Loevendie zich steeds meer tot een operacomponist. Zijn eerste opera is Naima (1985). Loevendie doceerde van 1970 tot 1988 compositie aan het Rotterdams Conservatorium, sindsdien aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.
Theo Loevendie tijdens 'Op zoek naar de onafhankelijke geest - deel 2' in Winternacht 1 in Winternachten 2006 Den Haag. - foto Serge Ligtenberg

Marja Brouwers

(Bergen op Zoom, 1948) is Nederlands prozaschrijver. In 1984 verscheen haar officiële debuut: Havinck, over het gebrek aan diepgang in relaties. De roman werd lovend ontvangen. Voor haar proza geldt een vrij simpele realistische benadering, waarin ze in zakelijke stijl de werkelijkheid ironisch beschrijft. Ook in haar roman De Feniks. Een familiekroniek (1985) wordt deze schrijfwijze gebruikt, maar anders dan in Havinck wordt hier op niet-chronologische wijze over drie generaties verteld. In 1989 verscheen de roman De Lichtjager. In haar romans gaat het om het onvermogen om van hen die ons na staan iets te begrijpen. In haar meest recente roman Casino (2004) verbeeldt Marja Brouwers op de waan van het consumptietijdperk van het voorbije decennium, waarin economische en seksuele normen steeds verder verschuiven.
Marja Brouwers - foto Eddy Posthuma

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor