India in diaspora

Cándani - foto Serge Ligtenberg 2001

Informatie

Datum en tijd zaterdag 20 januari 2001 20:30 tot 21:20 uur
Locatie Theater aan het Spui - kleine zaal

Drie Surinaams Hindoestaanse schrijvers die zich verbonden voelen met het India van hun voorouders, als contractarbeiders naar Suriname overgebracht. De emigratie naar Nederland is hun tweede diaspora, ook al heeft Jit Narain zich na een jarenlang verblijf in Nederland weer in Suriname gevestigd. Presentatie Michiel van Kempen.

Michiel van Kempen

(Oirschot, 1957) leefde vijf jaar in Suriname en vervolgens bijna tien jaar in de Amsterdamse Bijlmermeer. Van Kempen is de samensteller van twee omvangrijke bloemlezingen: Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) en Mama Sranan. 200 jaar Surinaamse verhaalkunst (1999). Hij promoveerde in 2002 met zijn proefschrift Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, een studie van de Surinaamse literatuur tot aan de onafhankelijkheid in 1975. Hij publiceerde de verhalenbundels Landmeten (1992), Bijlmer, oh Bijlmer! (1993) en Pakistaanse nacht (2002), de roman Plantage Lankmoedigheid (1997) en een reisverslag over India, Het Nirwana is een lege trein (2000). Tijdens Winternachten 2005 werd de bloemlezing Noordoostpassanten, die hij samenstelde met Wim Rutgers, gepresenteerd. In 2006 verscheen zijn roman Vluchtwegen.
Michiel van Kempen tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Jit Narain

(Jidt Narainsingh Baldewsingh, Livorno, Suriname, 1948) werd als kleinzoon van immigranten uit India geboren in Suriname. In 1969 ging hij naar Nederland om medicijnen te studeren, waarna hij in Den Haag huisarts werd. In 1991 keerde hij terug naar Suriname. Sindsdien leidt hij een polikliniek in Saramacca. Hij is een fel voorvechter van de emancipatie van het Sarnami, het hindoestaans Surinaams, en kreeg voor zijn verdiensten de Rahman Khan-prijs. Narain schrijft gedichten en teksten die voorgelezen kunnen worden, maar ook gezongen. Zijn gedichten weerspiegelen de geschiedenis en herinnering van Hindoestaanse immigranten in Suriname. Hij schrijft in het Sarnami en in het Nederlands en benadert zo vanuit verschillende perspectieven dezelfde verborgen geschiedenis van de immigrant. Hij debuteerde in 1977 met de bundel in Sarnami Dal Bhat Chatni (Rijst, gele erwten, chutney). Na zijn debuut volgden nog zes bundels, waarvan sommige tweetalig.
Jit Narain - foto Serge Ligtenberg 2001

Cándani

(1965) Studente aan de Akademie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs. Een van de eersten in Suriname die poëzie in het Sarnami schreef, vooral in het tijdschrift Bhasa. Schreef ook Nederlandstalige poëzie. De hindoestaanse belevingswereld vormt de achtergrond voor een poëzie die overwegend somber van toon is. Een bundel, Ghungbru tut gail (de gebroken ketting) is aangekondigd.
BRON: Michiel van Kempen
Cándani - foto Serge Ligtenberg 2001

Chitra Gajadin

(Suriname, 1954) Ging in 1972 naar Nederland. Beschrijft in haar poëzie de verstoring van de balans van Hindostanen die Suriname verlieten. Hoewel zij tot de Sarnami-beweging hoorde, waren haar eerste bundels Nederlandstalig: Van erf tot skai (1977) en Padi voor Batavieren (1979) . De bundel Kab ke yaad/Van wanneer een herinnering (1984) geeft haar Sarnami poëzie over de jaren 1977 tot 1983, met vertaling. In haar verhalen, gebundeld in Bari dopahar (Het heetste uur van de dag, 1989), beschrijft zij en herinnert zij zich het land dat zij verliet. In 2000 verscheen de bundel Schoorvoetige tijden.
(WIN 2004)
Chitra Gajadin - foto Serge Ligtenberg 2001

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor