In den beginne was het beeld...

Schrijver Willem-Jan Otten presenteert zijn openingstekst van Winternachten met zijn visie op onze beeldcultuur. Freek de Jonge reageert. Een gesprek onder leiding van Michaël Zeeman.

Freek de Jonge en Michaël Zeeman - foto Serge Ligtenberg 2005

Informatie

Datum en tijd vrijdag 21 januari 2005 20:15 tot 21:10 uur
Locatie Theater aan het Spui - grote zaal
Prijs € 22,50 (Uitpas € 21,- CJP/studentenkaart/ooievaarspas € 11,25)

In beginne was het beeld, en het beeld was bij God en het Woord was aan Willem Jan Otten. De dichter, schrijver, essayist en dramaturg gaf in een voor Winternachten geschreven openingstekst zijn visie op het thema van deze editie van Winternachten, woord versus beeld. Cabaretier Freek de Jonge reageerde als eerste. Michaël Zeeman leidde het daarop volgende gesprek over verering en afwijzing van woord en beeld.

Willem Jan Otten

(Amsterdam 1951) schrijft poëzie, romans, toneelstukken, kritieken en essays. De Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre vormt slechts één bekroning van zijn werk dat door vertalingen inmiddels ook lezers in Italië, Frankrijk, Duitsland en Zweden bereikt. Otten weet maatschappelijk gevoelige kwesties aan te raken, zoals pornografie in zijn essay Denken is een lust (1985), euthanasie in de roman Ons mankeert niets (1994) en katholicisme in zijn pamflet Het wonder van de losse olifanten (1999). Zijn poëziedebuut maakte Otten met Een zwaluw vol zaagsel (1973) dat hem de Reina Prinsen Geerligsprijs opleverde. Voor de bundel Ik zoek het hier (1980) kreeg hij de Herman Gorterprijs, voor Paviljoenen (1992) de Jan Campertprijs, en Eindaugustuswind (1998) werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs. Otten kreeg opnieuw die nominatie voor zijn elfde bundel Gerichte gedichten (2011) omdat daarin ‘verlies, leegte en onontkoombare bestaansvragen indringend aan de orde worden gesteld’.

Willem Jan Otten tijdens Winternachten 2005 - Foto Serge Ligtenberg

Freek de Jonge

(Westernieland, 1944) verkreeg in de jaren zeventig grote bekendheid met het cabaretduo Neerlands Hoop dat hij samen met Bram Vermeulen vormde. Na het uiteenvallen van Neerlands Hoop in 1979 was zijn eerste soloproject de theatershow De Komiek (1980). De Jonge is in de loop der jaren uitgegroeid tot één van de bekendste cabaretiers van Nederland. Naast zijn theatershows schrijft hij boeken en heeft hij twee films op zijn naam staan. In 1993 speelde hij de nar in het toneelstuk King Lear van Het Nationale Toneel. In 1997 had hij een nummer 1 hit met zijn liedje Leven na de Dood. De meest recente show van de Jonge is De Vergrijzing uit 2004, het jaar waarin zijn roman Door de knieën werd gepubliceerd.
Freek de Jonge tijdens Winternachten 2005 - foto Serge Ligtenberg

Michaël Zeeman

(1958-2009) was dichter, schrijver en publicist en werkte als vaste columnist voor de Forum-pagina en Cicero van de Volkskrant. Eerder was Zeeman chef kunstredactie bij de Volkskrant en van 2006-2007 correspondent in Rome. Sinds 1997 was hij als adviseur en gespreksleider betrokken bij festival Winternachten. In 2006 verscheen Wie Kan het Paradijs Weerstaan, een briefwisseling met Abdelkader Benali, waarin beide schrijvers van gedachten wisselen over politiek, het leven, de liefde en literatuur. In 2002 ontving Zeeman de Gouden Ganzenveer, vanwege zijn verdiensten voor de Nederlandse literatuur. Zeeman verwierf in de jaren negentig bekendheid als gespreksleider door zijn maandelijkse boekenprogramma 'Laat op de avond na een korte wandeling', dat later 'Zeeman met boeken' ging heten. In 1991 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel Beeldenstorm, waarvoor hij de C. Buddingh-prijs ontving. Zijn tweede bundel, Verhoudingen, verscheen in 1995. In datzelfde jaar publiceerde hij ook de verhalenbundel De Verduistering. In 2009 overleed hij aan de gevolgen van een hersentumor.
Michaël Zeeman - foto Serge Ligtenberg

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor