De Zieners - visioenen in dichtvorm

Visionaire gedichten van Pieter Boskma, Ruben van Gogh, Astrid Lampe en Christine Otten. Presentatie Joris van Casteren.

Christine Otten - foto Serge Ligtenberg

Informatie

Datum en tijd zaterdag 17 januari 2004 22:20 tot 23:35 uur
Locatie Filmhuis - zaal 5
Prijs € 19,- (Uitpas € 17,50, studenten/cjp/ooievaarspas € 9,50)

Beklimmers van de Olympus, hemelbestormers, Doktor Spocken en bungyjumpers naar de hel dichten hun weg naar de toekomst. Vier dichters en hun visioen: Pieter Boskma, Ruben van Gogh, Astrid Lampe en Christine Otten schreven in opdracht van Winternachten een 'visionair gedicht'. Ze dragen hun gedichten voor en gaan in gesprek met Joris van Casteren. Christine Otten laat zich begeleiden door saxofonist Jan Klug.

Christine Otten

(Deventer, 1961) is schrijver, performer en theatermaker. In 2004 brak ze door met De laatste dichters, die genomineerd werd voor de Libris Literatuur Prijs. Deze roman, over de levensloop van vier zwarte Amerikanen die furore maakten onder de naam ‘The Last Poets’, werd bewerkt voor theater. We hadden liefde, we hadden wapens (2016) is een wervelende roman over het leven van de zwarte burgerrechtenstrijder Robert F. Williams in Amerika en over opkomen voor het recht te mogen zijn wie je bent, ongeacht de consequenties. Een van ons (2020), haar roman over de levenslang gestrafte Luc werd als theatermonoloog opgevoerd. In haar roman Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld (2024) probeert Anir na twaalf jaar detentie 'buiten' een nieuw leven op te bouwen. De mede door Otten in 2020 opgerichte Stichting Blocknotes zet creatief schrijven in voor empowerment en talentontwikkeling van mensen in de gevangenis.
Christine Otten - foto Keke Keukelaar

Pieter Boskma

(Leeuwarden 1956) studeerde tussen 1977-1984 diverse talen, oost-Aziatische kunstgeschiedenis en antropologie. In 1984 debuteerde hij in eigen beheer met een bundel Virus, virus en eind jaren tachtig sloot hij zich aan bij de Maximalen, een groep dichters die om meer actie in de dichtkunst riepen. Sindsdien schreef hij een tiental bundels maar ook verhalen en novellen. Zijn werk is in diverse talen vertaald. Een van de meest indrukwekkende bundels van zijn hand is De aardse komedie, een enorm 'romangedicht' dat met de grote poëzie uit het verleden wedijvert. Naar aanleiding van de dood van zijn vrouw schreef hij de indrukwekkende rouwbundel Doodsbloei, gevolgd door het extatische lentelied Mensenhand waarin hij een nieuwe vrouw, Hera, tot leven wekt. In de bundel Zelf (2015) verwoordt Pieter Boskma hoe de rouw om zijn vrouw doorwerkt tot in de kern van zijn dichterlijke persoonlijkheid. Hij werd voor deze bundel genomineerd voor de VSB Poëzieprijsd. Boskma’s gedichten zijn vertaald en gepubliceerd in China, Tsjechië, Frankrijk en de Verenigde Staten. In 2012 was hij een van de dichters die deelnam aan de ‘The New York to Pittsburgh and Back Dutch Poetry Tour’. 




Pieter Boksma - foto Koos Breukel

Astrid Lampe

(Tilburg, 1955) is dichter. Ze begint als actrice maar wil graag schrijven. Dat resulteert in de toneeldialoog Strikken. In 1997 debuteert ze met de dichtbundel Rib. Inmiddels heeft ze dertien bundels gepubliceerd, waaronder Zusterstad 2.0 (2018) en Tulpenwodka (2021). In haar werk lapt ze bestaande poëtische conventies aan haar laars. Ze laat leestekens weg, maakt woorden niet af en schakelt van idioom naar idioom. Het zijn de beeldend kunstenaars waarmee Lampe zich qua aanpak en onorthodoxe benaderingswijze het meest verwant voelt. Voor haar bundel Spuit je ralkleur (2005) ontvangt ze de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Lampe treedt regelmatig op en begeleidt studenten van de afdeling Beeld en Taal van de Rietveld Academie in Amsterdam. Ze wint de P.C. Hooftprijs voor poëzie in 2024 en is volgens de jury 'een van de meest eigenzinnige en genereuze dichters van onze tijd'.
Astrid Lampe - foto Koos Breukel

Ruben van Gogh

(Dokkum, 1967), alias De Man van Taal, is optredend dichter, bloemlezer en presentator. Zijn gedichten brachten hem van Albanië tot Zeewolde. Van Gogh weet zijn gedichten op bijna achteloze wijze van een metafysisch jasje te voorzien. Hiermee creëert hij een eigenzinnig geluid binnen de Nederlandse poëzie, waarin verstaanbaarheid hand in hand gaat met het ongrijpbare. Zijn eerste twee bundels werden gezamenlijk herdrukt in Aan het eind van het begin (Prometheus, 2001). Daarnaast schreef hij de bundel Zoekmachines (Prometheus, 2002). In januari 2006 verscheen zijn vierde bundel: Klein Oera Linda (Contact), een bundel in extreme typografie, waarmee hij zich middenin de samenleving
positioneert.
Ruben van Gogh - foto Serge Ligtenberg 2005

Joris van Casteren

(Rotterdam, 1976) is schrijver, dichter en journalist. Zijn boek Het zusje van de bruid (2011) gaat over zijn relatie met een verslaafd borderlinemeisje. In zijn kenmerkende mix van reportage, autobiografie en geschiedschrijving doet Van Casteren relaas over een onmogelijke liefde. In 2008 verscheen het eveneens autobiografische Lelystad. Hij werd aangeklaagd wegens belediging naar aanleiding van dit boek, dat werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2009. Van Casteren studeerde journalistiek en filosofie. Op zijn 21e werd hij redacteur bij De Groene Amsterdammer, waar hij naam maakte met grote reportages. Vier reportages die hij maakte in Nigeria werden gebundeld in Redactie binnenland en onderscheiden met de Dick Scherpenzeelprijs. Van Casteren verruilde De Groene voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland en schrijft nu voor Het Parool. Ook publiceert hij poëzie in Maatstaf en Passionate. Verder verschenen van hem portretten van vergeten dichters en schrijvers, reportagebundels, zijn bloemlezing Een vreselijk land, de mooiste journalistieke verhalen van Nederland en de dichtbundel Grote atomen. In januari 2013 verschijnt zijn roman Been in de IJssel.
Joris van Casteren - foto Bob Bronshoff

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor