Pieter Boskma
(Leeuwarden 1956) studeerde tussen 1977-1984 diverse talen, oost-Aziatische kunstgeschiedenis en antropologie. In 1984 debuteerde hij in eigen beheer met een bundel Virus, virus en eind jaren tachtig sloot hij zich aan bij de Maximalen, een groep dichters die om meer actie in de dichtkunst riepen. Sindsdien schreef hij een tiental bundels maar ook verhalen en novellen. Zijn werk is in diverse talen vertaald. Een van de meest indrukwekkende bundels van zijn hand is De aardse komedie, een enorm 'romangedicht' dat met de grote poëzie uit het verleden wedijvert. Naar aanleiding van de dood van zijn vrouw schreef hij de indrukwekkende rouwbundel Doodsbloei, gevolgd door het extatische lentelied Mensenhand waarin hij een nieuwe vrouw, Hera, tot leven wekt. In de bundel Zelf (2015) verwoordt Pieter Boskma hoe de rouw om zijn vrouw doorwerkt tot in de kern van zijn dichterlijke persoonlijkheid. Hij werd voor deze bundel genomineerd voor de VSB Poëzieprijsd. Boskma’s gedichten zijn vertaald en gepubliceerd in China, Tsjechië, Frankrijk en de Verenigde Staten. In 2012 was hij een van de dichters die deelnam aan de ‘The New York to Pittsburgh and Back Dutch Poetry Tour’.
Kijk terug
Hello, poëzie en muziek
Laat je vervoeren door poëzie uit binnen- en buitenland. Beluister de voordrachten van de dichters, onder wie de genomineerden voor de VSB Poëzieprijs. Dick van der Harst zette speciaal voor Winternachten een gedicht van Adonis op muziek.
De Zieners - visioenen in dichtvorm
Visionaire gedichten van Pieter Boskma, Ruben van Gogh, Astrid Lampe en Christine Otten. Presentatie Joris van Casteren.