Spot en Satire: Gesprekken, voordrachten en muziek

Putu Wijaya - foto Serge Ligtenberg

19:30 Inloop Band/ DJ
20:00 Opening avond Ingrid Ameraali
20:10 welkomstwoord slotavond Ingrid Ameraali
20:20 Debat over Satire en Spot Peter Snijders, Youssouf, Gerrit Komrij, Rappa, Ellen Ombre, Asli Erdogan, Discussieleider Jerry Egger
20:40 Voordracht Putu Widjaya
20:50 Voordracht Antoine de Kom
21:00 Optreden band Glenn Texeira and band
21:20 Pauze
21:40 Voordracht Celestine Raalte
22:00 Voordracht Rappa
22:10 Voordracht Rappa
22:20 Slotwoord Rielle Mardjo: Voorzitter Lit: Fest:
22:40 Optreden band Glenn Texeira and band/ DJ/Izaline Calister
Afsluiting Avond/ Nababbel

Informatie

Datum en tijd zondag 9 november 2008 van 20:00 tot 23:00 uur
Locatie Prakwaki - Paramaribo

Antoine de Kom

(Den Haag, 1956) is psychiater, schrijver en dichter. Hij is een kleinzoon van de Surinaamse anti-kolonialist, nationalist  en verzetsstrijder Anton de Kom. Van zijn hand verschenen de dichtbundels Tropen (1991), De kilte in Brasilia (1995), Zebrahoeven (2001), Chocoladetranen (2004) en De lieve geur van zijn of haar (2008). Antoine de Kom was jarenlang als psychiater verbonden aan het Pieter Baan Centrum. In 2012 publiceerde hij Het misdadige Brein, waarin hij aan de hand van fictieve gesprekken met misdadigers uit de geschiedenis laat zien hoe rapportages van verdachten tot stand komen. Voor Ritmisch zonder string (2013) werd hij bekroond met de VSB Poëzieprijs.
Antoine de Kom

Asli Erdogan

(Istanbul, 1967) kreeg wereldwijde bekendheid met haar succesvolle novelle Kirmizi Pelerinli Kent (Stad in een rode cape) uit 1998. In dit boek bekijkt ze de bruisende, maar vaak ook wrede metropool Rio de Janeiro door de ogen van een jonge vrouw. Haar laatste werk Hayatin Sessizliginde (In de stilte van het leven, 2005), een compilatie van poëtisch proza, werd bewerkt tot een dansvoorstelling en in Turkije uitgeroepen tot 'boek van het jaar'. Erdogan studeerde computerwetenschappen en natuurkunde en werkte tot 1992 als natuurkundige in Geneve. Daarna gaf ze twee jaar Engelse les in Zuid-Amerika. Sinds 1996 leeft ze van haar pen. Ze schrijft voor het tijdschrift Atlas en had van 1998 tot 2000 een wekelijkse column in de krant Radikal. In 1990 ontving ze de Deutsche Welle Preis haar verhaal Houtvogel. Erdogan zet zich in voor de mensenrechten wat ook blijkt uit haar werk waarin de rechten van vrouwen en minderheden (Koerden) vaak centraal staan.
Asli Erdogan tijdens Winternachten 2005 - foto Serge Ligtenberg

Ellen Ombre

(1948, Paramaribo, Suriname) verhuisde als tiener met het gezin naar Amsterdam, deed hier de MULO en volgde een studie sociale wetenschappen. Het werk in de geestelijke gezondheidszorg leverde stof voor haar boeken. Op 44-jarige leeftijd maakte Ombre haar debuut met het veelgeprezen Maalstroom (1992). In deze verhalenbundel haalt ze herinneringen op aan haar eerste jaren in Nederland. Van haar hand verscheen tevens Wie goed bedoelt (1996), een autobiografische reisverslag waarin ze een driehoek trekt tussen Suriname, Nederland en Benin, de handelsroute waarlangs vroeger slaven werden gehaald. In 2000 publiceerde ze Valse verlangens, waarin vooroordelen tussen Surinamers en Nederlanders de revue passeren. In 2004 verscheen haar boek Negerjood in Moederland. Ombre is lid van de internationale raad van advies van het Prins Claus Fonds. In 2005 verhuisde ze naar Suriname.
Ellen Ombre - foto Serge Ligtenberg 2001

Celestine Raalte

(Paramaribo, 1948) is dichter, schrijver, voordrachtskunstenaar en doet schooltheater. Zij heeft twee gedichtenbundels uitgegeven: Akwenda Streven en Ma Awitya. 'Mijn grote inspiratiebron zijn de oma's uit de volksbuurt waar ik als kind gewoond heb. Verder alle alleenstaande moeders die hard moeten werken om hun kinderen op te voeden.' Zij werd diverse keren gehuldigd, onder meer toen zij in 1997 de Kwakoe Award kreeg voor haar bijdrage aan de Surinaamse kunst. Zij verzorgt workshops op basisscholen, mavo en havo. Ze werkt mee aan het Studium Generale van de hogeschool te Rotterdam. In Amsterdam is zij bezig met de workshop Life Lines. Haar thema's zijn: de kracht van de vrouw, apartheid, hoop, liefde en alles wat haar raakt.
Celestine Raalte 

Gerrit Komrij

(Winterswijk, 1944) was de eerste Dichter des Vaderlands. Hij is een van de beste columnisten van Nederland, romancier, gevierd bloemlezer en vertaler, en een zeer enthousiasmerend bespreker van poëzie. Komrij is een kat in een Vreemd pakhuis zoals zijn essaybundel uit 2001 heet. Nooit is de wereld vertrouwd of vanzelfsprekend, voor wie goed kijkt, is altijd wat verrassends te zien. 'Ik geloof niet dat ik een vent ben uit één stuk. Het is nogal rumoerig in mij'. Komrij, die sinds 1984 in Portugal woont en werkt, is ook een van de meest productieve schrijvers van Nederland. Sinds 1968 publiceerde hij bijna jaarlijks meerdere werken. Recent verschenen Komrij's canon in 100 gedichten (2008), De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (2007) en Kakafonie (2006), een 'encyclopedie van de stront'. In 2005 publiceerde hij Eendagsvliegen (literaire dagboekfragmenten) en de poëziebundel Fata Morgana.
Gerrit Komrij - Winternachten 2004 - foto Serge Ligtenberg 2004

Izaline Calister

(Curaçao, 1969) is behalve zangeres ook componist en songwriter. In haar composities verweeft ze traditionele muziek van haar geboorte-eiland Curaçao met jazz. Bijzonder aan Calister is dat ze internationale erkenning krijgt, terwijl ze jazz zingt in een minderheidstaal: het Papiaments. Op Curaçao scoorde ze er zelfs twee nummer-1 hits mee. Calister kwam op haar achttiende naar Nederland waar zij zang studeerde aan het conservatorium. Ze treedt op met haar eigen band maar werkt ook regelmatig met andere formaties en theatergezelschappen. In opdracht van Winternachten, verzamelde ze verhalen op de Nederlandse Antillen, Aruba, in Zuid-Afrika, Indonesië, Suriname en Nederland waar ze muziek bij componeerde. Zo ontstond een repertoire van gezongen verhalen over onder andere de spin Anansi, de legende van Borobudur en het vrouwtje van Stavoren.
Izaline Calister - foto Serge Ligtenberg

Jit Narain

(Jidt Narainsingh Baldewsingh, Livorno, Suriname, 1948) werd als kleinzoon van immigranten uit India geboren in Suriname. In 1969 ging hij naar Nederland om medicijnen te studeren, waarna hij in Den Haag huisarts werd. In 1991 keerde hij terug naar Suriname. Sindsdien leidt hij een polikliniek in Saramacca. Hij is een fel voorvechter van de emancipatie van het Sarnami, het hindoestaans Surinaams, en kreeg voor zijn verdiensten de Rahman Khan-prijs. Narain schrijft gedichten en teksten die voorgelezen kunnen worden, maar ook gezongen. Zijn gedichten weerspiegelen de geschiedenis en herinnering van Hindoestaanse immigranten in Suriname. Hij schrijft in het Sarnami en in het Nederlands en benadert zo vanuit verschillende perspectieven dezelfde verborgen geschiedenis van de immigrant. Hij debuteerde in 1977 met de bundel in Sarnami Dal Bhat Chatni (Rijst, gele erwten, chutney). Na zijn debuut volgden nog zes bundels, waarvan sommige tweetalig.
Jit Narain - foto Serge Ligtenberg 2001

Peter Snyders

(Zuid-Afrika, 1939) groeide op in de Kaaprovincie in een Kaapstalig gezin. Op zijn zestiende schreef hij zijn eerste korte verhaal om een zakcentje te verdienen. ‘Om die pot aan de kook te hou’, ging hij echter werken als laborant. Ondertussen studeerde hij Engels, Afrikaans-Nederlands en muziekgeschiedenis. Snyders debuteerde in de jaren zeventig schoorvoetend met een inzending voor een poëziewedstrijd. Zijn eerste dichtbundel Brekfis met vier uit 1980 werd in 2005 opnieuw uitgegeven. Snyders schrijft verder toneel en songteksten. Hoewel hij ooit begon in het Engels, publiceert hij nu voornamelijk in zijn moederstaal, het Kaaps. Hij houdt ervan om te goochelen met diverse Zuid-Afrikaanse talen, “Ons speel met daardie taal,” zei hij daar ooit over. “Dié va ons wat Kaaps praat kan soms straight praat. Dié van ons wat straight praat, praat ook dikwels Kaaps. My poësie is straatpoësie, praatpoësie as jy wil, deel van die drama wat plaatsvind op straat.”
Peter Snyders

Rappa

(Paramaribo, 1954) is het pseudoniem van Robby Jonathan Parabirsing. Hij debuteerde in 1980 met Friktie Tories, een verzameling van humoristische en maatschappijkritische vertellingen. Andere werken van zijn hand zijn Opa Djannie en andere verhalen, Een vlek uit het verleden (1982), Silvy en Hexa en andere verhalen (1983), Fromoe Archie (1984), De Tapoe (1995), Verdwaald in het bos (1998), de bundel Nieuwe Friktie Tories (1999) en Een bloedige les (2000). In 2002 verscheen de Engelstalige verhalencollectie As a friend. Veel debutanten vinden bij Rappa's uitgeverij Ralicon een uitstekend klankbord. De uitgeverij heeft inmiddels een twintigtal publicaties in haar fonds. Om het lezen te stimuleren geeft Rappa een leesbrief uit, getiteld De stripbieb, waarin naast korte verhalen kritische, humoristische en cynische uitspraken zijn opgenomen. In het dagelijks leven is Rappa leraar Nederlands.
Rappa - foto Serge Ligtenberg

Putu Wijaya

(Bali, 1944) is een van de bekendste schrijvers, dramaturgen en scenarioschrijvers van Indonesië en werkte vijftien jaar als journalist voor de tijdschriften Tempo en Zaman. In totaal heeft hij meer dan 30 romans, 40 theaterstukken, honderden korte verhalen en duizenden artikelen op zijn naam staan. In 1971 richtte hij het nog steeds internationaal succesvolle Teater Mandiri op, een experimenteel toneelgezelschap waar behalve acteurs ook ex-criminelen, analfabeten en studenten deel vanuit maken. In zijn korte verhalen wil Putu Wijaya de lezer shockeren en desoriënteren; in het gewone leven van gewone mensen plaatst hij naar eigen zeggen mentale tijdbommen. Surrealisme en absurdisme, humor en geweld vormen de pijlers van zijn verhalen. Wijaya’s werk is vertaald naar vele talen. Zijn roman Telegram, over een journalist bij een dagblad in Jakarta die problemen omzeilt door systematisch te liegen, verscheen in 1983 in het Nederlands. De verfilming van het boek was in 2001 te zien op het Rotterdams Filmfestival.
Putu Wijaya tijdens Winternachten 2004 - foto Serge Ligtenberg

Youssouf Amine Elalamy

(1961, Marokko) verwierf faam met zijn in 2010 in het Nederlands vertaalde roman De Clandestienen (2000). In dit verhaal geeft hij Marokkanen die met de moed der wanhoop Europa proberen te bereiken en daarbij het leven laten een gezicht. Elalamy behoort tot de jonge lichting schrijvers die is opgegroeid na de Marokkaanse onafhankelijkheid van Frankrijk. De Marokkaanse identiteit vormt een belangrijk leidmotief in zijn werk. Zijn verhalenbundel Tqarqib Ennab (Roddels) uit 2004 is het eerste boek dat volledig in darija is geschreven, het Marokkaanse dialect van het Arabisch. “ Om te laten zien dat het een echte taal is, die leeft en creatief is,” zei hij hierover in een interview met Trouw. Elalamy heeft drie romans op zijn naam staan, waarvan Les Clandestins werd bekroond met de Grand Prix Atlas 2001. In 2004 publiceerde hij een serie portretten van Marokkanen in Marokko (Miniatures). Behalve schrijver is Elalamy ook beeldend kunstenaar en docent stijl en media aan de universiteit van Kenitra. In 2009 maakte hij de literaire installatie Nomade. In Marokko hebben scherpe analyses in zijn literaire collages geleid tot het censureren van zijn beeldend werk. Zijn romans zijn vertaald in het Nederlands, Arabisch, Engels, Spaans en Italiaans.
Youssouf Amine Elalamy

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor