Jakarta en Yogyakarta

Onder de titel 'Winternachten overzee' bracht het Haagse literatuurfestival Winternachten dichters uit Suriname, Zuid-Afrika, de Antillen en Nederland naar Indonesië. Vier dichters reisden van 24 april tot 1 mei 2001 naar Jakarta en Yogyakarta voor optredens in o.a. het festival JIPR (Jakarta International Poetry Reading). Het was voor het eerst dat het festival Winternachten zich buiten Nederland presenteerde. Het was op verzoek van de Javaanse schrijvers Goenawan Mohamad en Ayu Utami dat Winternachten zijn activiteiten uitbreidde naar Indonesië. Winternachten is het jaarlijkse ontmoetingspunt voor schrijvers uit Suriname, Zuid-Afrika, de Antillen, Indonesië en Nederland. Steeds vaker kreeg het festival het verzoek om die ontmoeting ook in de andere landen te laten plaatsvinden. Dat gebeurde nu voor het eerst in Indonesië; de voorbereidingen voor een soorgelijke evenementen in Zuid-Afrika en op Aruba en de Nederlandse Antillen zijn in gang. Winternachten maakte in overleg met de Indonesische partners de keus voor de dichters Mustafa Stitou (Nederland), Loit Sôls (Zuid-Afrika), Gibi Bacilio (Curaçao) en Surianto (Suriname). De optredens vonden plaats in het festival JIPR (26 t/m 28 april, Theater Utan Kayu, Jakarta), de Universitas Indonesia (26 april, Depok, Jakarta) en in Yogyakarta (30 april en 1 mei).

Informatie

Datum en tijd dinsdag 24 april 2001 van 17:05 tot dinsdag 1 mei 2001 17:05 uur
Locatie Diverse locaties

Gibi Bacilio

(Curaçao, 1950) is dichter en voordrachtskunstenaar. Hij studeerde filosofie en theologie in Colombia en Nederland. In Utrecht rondde hij zijn studies af aan de Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar en was daar docent dramatische expressie. Hij woont op Curaçao. Bacilio is zeer actief in het (straat)toneel, met name in Grupo di Teatro Foro, waarvan hij in de jaren zeventig en tachtig de artistiek leider was. Hij produceerde en presenteerde culturele televisieprogramma's en bekwaamde zich verder in de voordracht van orale literatuur en geschreven ritmische poëzie, het genre dat hij zelf schrijft. Bacilio schrijft over het koloniale verleden, de indianen, de slavernij en de dominante en verwarrende opstelling van Nederland. Maar er is ook veel tederheid en erotiek in zijn werk. Zijn gedichten zijn gepubliceerd in verscheidene boeken en tijdschriften. In 2000 verscheen de dichtbundel Kueru Marká.
Gibi Bacilio - foto Serge Ligtenberg

Loit Sôls

(Retreat, Zuid-Afrika, 1957) groeide op in de Kaapprovincie. Hij werkte enige tijd als grafisch ontwerper, maar is nu een bekend gezicht in Kaapstad als straatzanger en -dichter. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en dicht in het Goema, een door vele talen beïnvloede straattaal van Kaapstad. Voor Sôls is taal een levenshouding:

Kyk mooi na dié Taal.
(Kijk goed naar deze Taal).
Hoe haal sy asem?
(Hoe ademt hij?)
Noemmit Patois of Pidgin,
(Noem hem Patois of Pidgin),
djy waste jou wasem
(je verspilt je adem)
en djy hoonie rai beat-tie.
(En je hoort de beat niet).
uit: Dié Taal, vertaling Robert Dorsman

In 1998 verscheen de bundel
My straat en anne praat-poems. (WN 2001)

Loit Sôls - foto Annari van der Merwe 1999

Mustafa Stitou

(Tetouan, Marokko, 1974) heeft filosofie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. In 1994 debuteerde hij met de dichtbundel Mijn vormen. Daarna volgden Mijn gedichten (1998), Varkensroze ansichten (2003), onder meer bekroond met de Jan Campertprijs, en Tempel (2013), waarvoor hij de Awater Poëzieprijs kreeg. Hij was een jaar lang stadsdichter van Amsterdam, heeft opgetreden op tal van festivals in binnen- en buitenland, en zowel in Zweedse als in Engelse vertaling verscheen een bundel met een selectie uit zijn werk. Waar is het lam? (2022), zijn vijfde dichtbundel, is een indringend onderzoek naar de betekenis van het offer; een intrigerende verzameling gedichten waarin het persoonlijke en politieke, droom en werkelijkheid, vrees en verlangen continu op elkaar ingrijpen. De bundel dingt mee naar de Grote Poëzieprijs, de toonaangevende Nederlandse onderscheiding voor dichtkunst, waarvan de winnaar op 17 mei 2023 bekend wordt gemaakt.
Mustafa Stitou - foto Frank Ruiter

Surianto

(ps. Jozef Ramin Hardjoprajitno, Désa Lasmborek, Suriname, 1937, overleden op 17 maart 2006) werkte als ambtenaar bij onder andere het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Surianto's vader werd geboren op Java en behoorde tot de voorlaatste groep Javaanse immigranten in Suriname. Zijn grootouders van moeders zijde waren al eerder naar Suriname gekomen. Surianto was sterk georiënteerd op Indonesië en was corresponderend lid van de schrijversgroep Sangar Sastra Triwida op Oost-Java. Hij schreef zijn gedichten niet zonder meer in het Surinaams-Javaans, maar in 'een blend, een vermenging tussen Surinaams-Javaans en het Javaans van Midden- en Oost-Java.' In 1986 verscheen het tweetalige Aruming melathi / De geur van melatie, de eerste bundel in Suriname met Javaanse gedichten. Daarna volgden 'Tetesing bun adi/Edele dauwdruppels' (1990), 'Reruntungan/Hand in hand' (Jakarta, 2000/'01) en 'Wis mbalik ombak/Het roer omgegooid' (2002). Van hetzelfde jaar is ook de cd 'Sabar/Geduld' met twaalf door Surianto geselecteerde tweetalige gedichten.
Surianto - foto Serge Ligtenberg 2000

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor