Indische Winter Kumpulan

Kumpulan, Adriaan van Dis, Karin Amatmoekrim, Reggie Baay en Gustaaf Peek - foto's Tessa Posthuma de Boer, Bob Bronshoff, Serge Ligtenberg

Een gezellig samenzijn waarbij onder het genot van Indische lekkernijen gepraat wordt over Ind(ones)ische literatuur.
Een speciaal programma ter gelegenheid van de 20e editie van het festival, dat in 1995 van start ging onder de naam Indische Winternacht. Kumpulan  verwijst naar het typisch Indische ‘samenzijn, samen komen’, met familie, vrienden of anderszins. De optredende schrijvers Karin Amatmoekrim, Reggie Baay, Adriaan van Dis, Gustaaf Peek en Dinar Rahayu (Indonesië) vertellen aan de hand van een meegebracht object, foto, of muziekfragment een verhaal over een moment van Indisch samenzijn. We kijken ook uit naar de bijdrage van de jonge Belgische stripauteur Michaël Olbrechts, wiens debuutalbum De allerlaatste tijger gaat over de geschiedenis van zijn overgrootmoeder op Java. De vrolijke presentatie is in handen van de actrices Bodil de la Parra en Nadja Hüpscherdie toerden met het theaterprogramma Ouwe pinda’s. Uiteraard zijn er in de pauze Indische hapjes verkrijgbaar, van Toko Zwijndrecht. En er klinkt jazzy krontjong van Anna Montan en Patrick Lauwerends. Aduh, geséllig tog!

Informatie

Datum en tijd zaterdag 17 januari 2015 van 11:00 tot 14:00 uur
Locatie Theater aan het Spui - foyer
Prijs € 15,- (UITpas: € 12,50; CJP/Studenten/Ooievaarspas: € 7,50)

Gustaaf Peek

(Haarlem, 1975) is schrijver van romans, gedichten, verhalen, essays en scenario's. Kenmerkend voor zijn oeuvre is de meeslepende manier waarop hij personages verwikkeld in historische misstanden tot leven wekt. Zijn debuutroman Armin (2008) gaat over kinderen op drift na de Tweede Wereldoorlog. In Ik was Amerika (2010) raakt een Nederlandse krijgsgevangene in WOII bevriend met een landarbeider in een kamp in de VS. Decennia later zoekt hij hem weer op. Peek ontving er de BNG Literatuurprijs en de F. Bordewijk-prijs voor. Godin, held (2014) is een openhartige roman over het mysterieuze en al te menselijke van de liefde. In zijn pamflet Verzet! Pleidooi voor communisme (2015) ondermijnt hij decennia van kapitalistische indoctrinatie. Zijn roman A.D. (2021) gaat over de gebeurtenissen en ontberingen aan boord van een van de eerste scheepsreizen in de 16de eeuw naar het huidige Indonesie͏̈ en de aankomst daar. In 2025 verscheen zijn dichtbundel Orang/oetan.
Gustaaf Peek - foto: Maya Hermes

Reggie Baay

(Leiden, 1955) oogstte veel lof met zijn boeken over de njai, vrouwen in Nederlands-Indië die samenleefden en kinderen kregen met Nederlandse mannen. Baay debuteerde in 2006 met het deels autobiografische De ogen van Solo, over migratie en ontworteling van Indische Nederlanders. In 2012 verscheen Gebleekte ziel, een op historische feiten gebaseerde roman over de zoon van een Balinese edelman die naar Nederland wordt gestuurd om hem te 'bleken', te ontdoen van zijn inheemse identiteit. Daar werd wat gruwelijks verricht is een non-fictie boek over de onbekende geschiedenis van de slavernij in Nederlands Oost-Indië. In 2018 verscheen zijn documentaire roman Het kind met de Japanse ogen, een persoonlijke zoektocht en historisch onderzoek naar het leven zijn vader.
Reggie Baay

Adriaan van Dis

(Bergen, 1946) groeide op in een gezin met een Indische achtergrond. Dit is terug te vinden in meerdere van zijn romans waaronder Indische duinen (1995), Familieziek (2002) en in Naar zachtheid en een warm omhelzen (2023), bekroond met de NS Publieksprijs. Van Dis werd beroemd met zijn TV-programma Hier is… Adriaan van Dis (1983-1992). Naast romans schreef hij novellen, reisverhalen, essaybundels en toneelstukken; presenteerde hij tv-documentaireseries. Hij won onder meer de Libris Literatuurprijs en is onderscheiden met de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre. Recent verschenen de bundel Vijf vrolijke verhalen (2021), de roman KliFi, woede in de republiek Nederland (2022) en het essay De kolonie mept terug: over witte arrogantie en voortschrijdend inzicht: een denkoefening en leesreis (2024)Tijdens het Writers Unlimited Festival 2026 is Van Dis op zaterdagmiddag 24 januari hoofdgast van een gesprek n.a.v. de verschijning van zijn nieuwe boek Alles voor de reis, en maken hij en zijn interviewer Simon Dikker Hupkes zondagochtend 25 januari, live met publiek, een nieuwe aflevering van zijn podcastreeks Van Dis Ongefilterd.

Bekijk de website van Adriaan van Dis
Adriaan van Dis - foto: Jeanette Huisman

Karin Amatmoekrim

(Suriname, 1976) debuteert met Knipperleven (2004), gevolgd door Wanneer wij samen zijn (2006), gebaseerd op het verhaal van haar Javaans-Surinaamse familie. In haar roman Het gym (2011) beschrijft ze hoe de Surinaamse Sandra stand houdt tussen de witte hockeymeisjes. In 2013 verschijnt De man van veel over het leven van Anton de Kom, en in 2016 de memoir Tenzij de vader, een intiem verslag van de kennismaking met haar vader. Ze schrijft het scenario van het stripalbum Suske en Wiske en de Tollende Toverkol getekend door Hanco Kolk, en de tekst van het kinderboek Tori, bedacht en geillustreerd door Brian Elstak. Haar biografie In wat voor land leef ik eigenlijk? (2023) over Anil Ramdas is de handelseditie van het proefschrift waarop ze aan de Universiteit Leiden is gepromoveerd. Ze publiceeert met regelmaat verhalen, columns en opiniestukken.
Karin Amatmoekrim - foto Bob Bronshoff

Nadja Hüpscher

(Nijmegen, 1972) speelde tijdens haar studie Culturele Bedrijfsvoering in de film Hufters & hofdames van Eddy Terstall. Dat bleef niet onopgemerkt. Ze werd gevraagd voor diverse filmrollen en in 1999 kreeg ze een Gouden Kalf voor haar rol in De Boekverfilming. Negen jaar later werd ze wederom genomineerd voor een Gouden Kalf. Hüpscher werkte als regieassistent voor ze zelf voorstellingen ging maken. In 2013 verscheen de bundel In het wild, een verzameling dialogen die ze op straat hoorde en optekende voor Het Parool. Het zijn poëtische, hilarische of soms melancholieke dialogen over relaties, liefde, verdriet, het gezin en werk. In 2014 toerde ze samen met Bodil de la Parra door Nederland met de succesvolle toneelvoorstelling Ouwe pinda’s, waarin de twee actrices op zoek gingen naar hun Indische wortels. Hun theatrale reis voerde via het oude China langs Indonesië naar het Holland van nu. Op dit moment schrijft zij aan een nieuwe voorstelling met de werktitel Gratis in je hol.
Nadja Hüpscher - foto Bonnita Postma

Bodil de la Parra

(Amsterdam, 1963) schrijft voor theater en tv en ze is actrice. In 2014 toerde ze samen met Nadja Hüpscher door Nederland met de succesvolle toneelvoorstelling Ouwe pinda’s, waarin de twee actrices op zoek gaan naar hun Indische wortels. Hun theatrale reis voert via het oude China langs Indonesië naar het Holland van nu. Bodil studeerde aan de Akademie voor Kleinkunst en de Toneelschool en speelde bij diverse gezelschappen. Ze maakte een aantal succesvolle theatervoorstellingen zoals Hagedissenhuid, in 2003 gespeeld door Theatergroep Orkater, met o.a. Gijs Scholten van Aschat en Porgy Franssen. Ook schreef ze diverse drama’s voor tv en speelde ze in verschillende tv-series. In 2011 ging in Paramaribo haar stuk Onder Vrouwen/Over Mannen in première. In 2013 volgde de mannelijke tegenhanger Onder Mannen Suriname. Onontkoombare familiebanden en lange vriendschapsrelaties zijn terugkerende thema’s in haar werk net als verval, verlies, mislukking en heimwee. Herkenbaar voor iedereen en altijd met een flinke scheut humor.
Bodil de la Parra - foto Corbino

Michaël Olbrechts


(België,1987) ontving in 2014 de Silvester Strips Debuutprijs voor zijn album De allerlaatste tijger. Olbrechts vertelt en tekent met zwier en oog voor detail: helder, levendig, expressief en grappig. Hij studeerde geschiedenis in Leuven en volgde daarna de opleiding beeldverhaal in Brussel. De allerlaatste tijger, zijn afstudeerproject, baseerde de Belg van Indische komaf op zijn eigen familiegeschiedenis. De allerlaatste tijger gaat over een jong gezin dat onderweg is naar oma op een hete zomerdag in 1996. Terwijl ze in hun rode Volvo naar haar serviceflatje in Oosterbeek rijden vertelt vader verhalen over de tijd dat oma jong was. Hij neemt de kinderen mee naar een villa in de jungle van Java aan het begin van de twintigste eeuw. Met zijn kleurgebruik en verteltrant benadrukt Olbrechts het contrast tussen het vrolijke gezin en de schrijnende lotgevallen van oma in Nederlands-Indië. In zijn werk komen de onbezorgde wereld van de klassieke Franco-Belgische school samen met de expressie van de moderne Vlaamse strip.
Michaël Olbrechts

Dinar Rahayu

(Indonesië, 1971) studeerde schei-, wis- en natuurkunde aan het Technisch Instituut in Bandung. Haar roman Ode aan Leopold Von Sacher-Masoch baarde in 2002 nogal wat opzien. Vanaf bladzijde één is het een expliciet boek vol strippers, kinderverkrachting en sadomasochisme. Sommigen betitelen het boek van de destijds traditioneel geklede moslima als pornografie, hoewel ze ook Griekse en noordse mythes in haar verhaal verwerkt. In 2009 publiceerde ze een bundel met korte verhalen, Lacrimosa. Hierin combineert ze oude mythologische verhalen met wetenschap en technologie. Rahayu’s verhalen verschenen ook in diverse Indonesische tijdschriften en een bundel met korte verhalen. Ze werkt als lerares.
Dinar Rahayu

Patrick Lauwerends

(Suriname) groeide op in Paramaribo, waar hij een grote verscheidenheid aan muziekstijlen hoorde. Rond 1980, na zijn studie aan het Rotterdams Conservatorium, volgde hij als bassist zijn muzikale passie en stond jarenlang op podia in binnen- en buitenland. Zijn mentor, meester-contrabassist James Long, introduceerde hem in de wereld van de jazz. Patricks werk als arrangeur/componist kenmerkt zich door de originele wijze waarop hij elementen uit de traditionele muziek combineert met die uit de moderne jazz, zoals bijvoorbeeld te horen op de cd Cinta van zangeres Anna Montan en in zijn kaseko-jazz project Adyakasa.
Patrick Lauwerends

Anna Montan

groeide op met de klanken van de viool en de 78-toerenplaatjes van haar Indische opa. Aanvankelijk trad zij als zangeres en percussioniste op in pop-, soul- en salsabands. Gaandeweg ontpopte zij zich als jazz-zangeres - met klassiek getrainde stembanden. De zin om te experimenteren en haar Indische achtergrond leidden in 2011 tot het album Cinta, een dynamische mix van oost en west, een vlechtwerk van westerse jazz en Indonesische keroncong. Sinds 2004 werkt Anna Montan samen met bassist Patrick Lauwerends.
Anna Montan

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor