Ode aan de Caraïbische vrouw

Austin Clarke en Drisana Deborah Jack, twee Caraïbische schrijvers in diaspora, spraken over de rol van de Caraïbische vrouw in hun werk. Bas Heijne leidde het gesprek. Engelstalig

Drisana Deborah Jack  - foto Serge Ligtenberg

Informatie

Datum en tijd zaterdag 21 januari 2006 22:55 tot 23:45 uur
Locatie Theater aan het Spui - kleine zaal
Prijs € 25,- (Uitpas € 23,50 CJP/studentenkaart/ooievaarspas € 12,50)

Austin Clarke uit Barbados en Drisana Deborah Jack uit Sint Maarten, twee schrijvers in diaspora, spraken over de rol van de zwarte Caraïbische vrouw in hun werk. Ze is sterk, trots en zelfbewust, ondanks haar onderdrukte positie. Voor beide schrijvers blijft het geboorte-eiland een belangrijke bron van inspiratie. Deborah Jack presenteerde haar nieuwe dichtbundel Skin en Commonwealth Writers Prize-winnaar Austin Clarke las uit zijn pas verschenen roman Mijn leven in schande. Bas Heijne leidde het gesprek. Engelstalig.

Drisana Deborah Jack

noemt zichzelf een Caraïbische kunstenaar niet alleen omdat ze uit Sint Maarten komt maar vooral omdat haar werk inhoudelijk en spiritueel een Caraïbische uitstraling heeft. Zij probeert in haar gedichten grenzen te overschrijden. Ze wil zichzelf principieel niet beperken tot de grenzen van een genre. Haar literatuur is muziek, dans, kunst - minstens zoveel als tekst. Voor haar kunstwerken, die een persoonlijke en culturele geschiedenis weergeven, maakt ze gebruik van verf, video, fotografie, geluid en gedichten. In 1997 publiceerde Deborah haar eerste dichtbundel The Rainy Season, over familie, liefde, muziek en ritme. De basis wordt gevormd door de hartslag: 'stilte is belangrijk voor me en is altijd belangrijk geweest. Soms word ik zo stil dat ik mijn hart kan horen.'
Drisana Deborah Jack - foto Serge Ligtenberg

Austin Clarke

(1934) wilde van jongs af aan vluchten van het Caribische eiland Barbados waar hij opgroeide. De Britse scholing die hij kreeg, hielp hem daarbij. Nadat hij zijn opleiding had voltooid gaf hij les op een plattelandsschool, waarna hij naar Canada vertrok om economie en politicologie te studeren. Als freelance journalist maakte hij voor de Caribbean Broadcasting Corporation documentaires over de zwarte bevolking van Noord-Amerika en Engeland. Voor zijn roman Mijn leven in schande (2005) ontving Clarke de Commonwealth Writers Prize. In deze roman vertelt Mary-Mathilda het verhaal over haar leven als buitenvrouw van een plantage-eigenaar en ze vertelt over de collectieve ervaring van een samenleving die gevormd is door kolonialisme en slavernij. Clarke roept in zijn werk de sensualiteit van de tropen en de tragische rijkdom van de eilandcultuur op.
Austin Clarke tijdens Winternachten 2006 - foto Serge Ligtenberg

Bas Heijne

(Nijmegen, 1960) schrijft romans, essays, verhalen en toneelstukken en hij is columnist van NRC Handelsblad. Hij publiceerde de romans Laatste woorden en Suez, ontving in 2005 de Henriëtte Roland Holst-prijs en presenteerde in 2008 hij het TV-programma Zomergasten. In Moeten wij van elkaar houden, het populisme ontleed (2011) laat hij zien hoe globalisering en toenemend individualisme het populisme in de hand werken. In 2013 verscheen Angst en schoonheid, een essay over de door hem bewonderde Louis Couperus. In hetzelfde jaar werd zijn documentaire Louis Couperus - niet te stillen onrust uitgezonden. In 2015 presenteerde hij de vijfdelige documentaire De volmaakte mens. In 2016 verscheen zijn essay Onbehagen – nieuw licht op de beschaafde mens. In 2017 ontving Heijne de P.C. Hooft-prijs. Hij krijgt de oeuvreprijs voor zijn beschouwend proza.
Bas Heijne - foto Serge Ligtenberg

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor