Daar geef ik mijn leven voor

Anousha Nzume spreekt met Christine Otten, Roland Colastica (Curaçao), Bart van Loo (België) en Manon Uphoff. Zij lieten zich inspireren door een confronterende vraag: voor wie of wat zou ik mijn leven willen geven? Vier schrijvers, vier pleidooien voor een zaak die hen in vuur en vlam zet. Even verrassend als ontroerend: de verhalen én liedjes van bevlogen schrijvers en verhalenvertellers. Nederlandstalig.

Informatie

Datum en tijd vrijdag 18 januari 2013 22:45 tot 23:30 uur
Locatie Theater aan het Spui - grote zaal
Prijs € 27,50 (UITpas: € 25,-; CJP/Studenten/Ooievaarspas: € 13,75)

Vier auteurs lieten zich inspireren door een confronterende vraag: voor wie of wat zou ik mijn leven willen geven? Vier schrijvers, vier pleidooien voor een zaak die hen in vuur en vlam zet. Even verrassend als ontroerend: de verhalen én liedjes van bevlogen schrijvers en verhalenvertellers. Nederlandstalig.

Manon Uphoff

(Utrecht, 1962) is een Nederlands schrijver, scenarist en beeldend kunstenaar. Zij debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Begeerte die werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, de Anton Wachterprijs en de ECI prijs. Het titelverhaal werd bekroond met de Rabobank Lenteprijs voor literatuur. Haar eerste roman Gemis (1997) werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Haar meest recente boek, Vallen is als Vliegen (2019), stond op de shortlist van de Bookspot Literatuurprijs 2019 en op de shortlist voor de Libris Literatuurprijs 2020. De roman werd door NRC Handelsblad en Humo de beste Nederlandstalige roman van 2019 genoemd en eindigde als eerste in de eindejaarsspiegel van kranten en tijdschriften, bijeengebracht door boekhandel Athenaeum. Uphoff was redacteur van het literair tijdschrift De Revisor en bestuurslid en voorzitter van PEN Nederland. Als scenarist schrijft zij het speelfilmscenario Een Groot Geweld (Topkapi Films).
Manon Uphoff - foto Céline Simons

Christine Otten

(Deventer, 1961) is schrijver, performer en theatermaker. In 2004 brak ze door met De laatste dichters, die genomineerd werd voor de Libris Literatuur Prijs. Deze roman, over de levensloop van vier zwarte Amerikanen die furore maakten onder de naam ‘The Last Poets’, werd bewerkt voor theater. We hadden liefde, we hadden wapens (2016) is een wervelende roman over het leven van de zwarte burgerrechtenstrijder Robert F. Williams in Amerika en over opkomen voor het recht te mogen zijn wie je bent, ongeacht de consequenties. Een van ons (2020), haar roman over de levenslang gestrafte Luc werd als theatermonoloog opgevoerd. In haar roman Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld (2024) probeert Anir na twaalf jaar detentie 'buiten' een nieuw leven op te bouwen. De mede door Otten in 2020 opgerichte Stichting Blocknotes zet creatief schrijven in voor empowerment en talentontwikkeling van mensen in de gevangenis.
Christine Otten - foto Keke Keukelaar

Roland Colastica

(Curaçao, 1960) is schrijver, toneelschrijver, acteur en docent. Hij debuteerde in de jaren negentig en publiceerde o.a. bundels met verhalen en gedichten zoals Rueda di fe en Djis kant'i Bo/Heel dicht naast mij. Ook schreef hij enkele kinderboeken en trad hij op tijdens boeken- en theaterfestivals in vele landen. Zijn monoloog Ninga bon presenteerde hij met veel succes bij vele gelegenheden. Een andere one-man show van Colastica is Fo'i bo kuenta, een tragikomische mengeling van verhalen, gedichten, sketches, muziek en liederen. Als schrijver en podiumkunstenaar heeft hij in alle werelddelen gewerkt en nam deel aan internationale literatuurfestivals zoals Een zee van verlangen (2001), Winternachten en Krusa Laman in Den Haag, Aruba, Curaçao en Bonaire. In 2006 ontving hij de hoogste culturele onderscheiding van Curaçao, de Cola Debrot Prijs, voor zijn toneelschrijf- en theaterwerk. Hij schreef een roman voor jongeren in het Nederlands: Vuurwerk in mijn hoofd. Momenteel is hij – met dank aan het Nederlands Letterenfonds - writer in residence in Amsterdam om daar te werken aan een roman voor volwassenen.
Roland Colastica voorstelling Verlangen

Anousha Nzume

(Moskou, 1969) groeide op in Amsterdam als dochter van een Russische moeder en een Kameroense vader. Na haar studie aan de Hogeschool voor de Kunsten speelde ze in verschillende theaterproducties en was ze te zien in tv-series als Vrouwenvleugel, Oppassen, Mijn Dochter en Ik en Onderweg naar Morgen. Ook presenteerde ze verschillende programma’s zoals Nieuw Amsterdam Praat, Beauty&Zo en Women Inc. Ze was finalist van het Leids Cabaret Festival en toerde door Nederland met diverse eigen programma’s. Vorig jaar was ze artistiek leider en producent van de muziektheatervoorstelling De Koningin van Paramaribo, waarvoor ze ook de liedteksten schreef. Dit jaar is ze te zien in de voorstelling Hormonologen. Ook presenteert ze elke maandag en vrijdag Dichtbij Nederland voor NTR-radio 5. Verder schrijft ze samen met Tanja Jess een maandelijkse column over het ‘moderne ouderschap’ in de Kek Mama.
Anousha Nzume - Ruud Pos

Bart Van Loo

(België, 1973) wil zijn kennis over Frankrijk en de Franse taal delen. Hij studeerde Romaanse filologie en gaf Franse les. In 2006 verscheen Parijs retour. Literaire reisgids voor Frankrijk waarin hij de sporen van Franse schrijvers volgt. In 2008 volgde Als kok in Frankrijk. Literaire recepten en culinaire verhalen, over gastronomie en de culinaire charmes van literaire meesterwerken. In 2010 publiceerde hij O vermiljoenen spleet! Seks, erotiek en literatuur, een geschiedenis van de Franse erotische literatuur. In 2011 werden deze drie boeken gebundeld tot Eten! Lezen! Vrijen! De Frankrijktrilogie. In 2010 verscheen ook Elsschot, Antwerpen en Coraline, een zoektocht naar sporen van Willem Elsschot in Antwerpen. In 2011 volgde Chanson. Een gezongen geschiedenis van Frankrijk, later gevolgd door een dubbel-cd. Het maakte hem een graag geziene gast bij DWDD. In 2009-2011 trok hij met performer Vitalski langs de theaters met Oot Kwizien Literair. Zijn meest recente Frankrijkboek is Bleu Blanc Rouge. Reis door Frankrijk in 80 vragen (2012).
Bart Van Loo

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor