Tutuba - Meet & Greet met Cynthia McLeod

Een Afro-Surinaamse namiddag in Theater De Vaillant in het hart van de Haagse Schilderswijk. Schrijfster Cynthia McLeod neemt u mee naar de geschiedenis van Suriname en Nederland, naar de ramp met het slavenschip Leusden in 1737. Ze leest voor uit haar novelle Tutuba, waarin ze het verhaal vertelt van het meisje dat de ramp overleefde. Er is alle gelegenheid om de schrijfster in gesprek te gaan. Natuurlijk is er zang en dans en lekker eten uit de Afro-Surinaamse keuken. 

Dit programma is samengesteld door Ricardo Lemmer van Stichting Mosaic The Hague i.s.m. Theater De Vaillant en Writers Unlimited.

Informatie

Datum en tijd zondag 18 januari 2015 van 16:00 tot 19:00 uur
Locatie Theater De Vaillant
Prijs € 7,-

Cynthia Mc Leod

(Suriname, 1936) debuteerde met Hoe duur was de suiker? (1987), de roman die haar op slag de bekendste schrijver van Suriname maakte en die in 2013 werd verfilmd. Als een van de eersten beschreef McLeod de geschiedenis, het slavernijverleden en de kolonisatie van haar land vanuit een Surinaams perspectief. Inmiddels expert op dat gebied geeft ze colleges over het slavernijverleden aan diverse Amerikaanse en Canadese universiteiten, en organiseert ze educatieve tochten langs vroegere Surinaamse plantages en stadswandelingen door Paramaribo. Ze schreef andere historische romans, waaronder De Vrije Negerin Elisabeth, gevangene van kleur (1992), studies, kinderboeken en -musicals. Haar laatste boek, No kwik in het bos (2017) is een jeugdroman over een tienjarig meisje en de gevaren van kwik bij goudwinning. McLeod is een dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname.
Cynthia McLeod - Serge Ligtenberg

Bromelia

is een Haagse groep, die onder leiding van Virginia Prade en Shirley Seymonson culturele en traditionele Afro-Surinaamse zang en dans opvoert. Voorbeelden daarvan zijn de ‘Lobie Singi’, liefdesliederen en liederen uit de slaventijd en de tijd erna. De vrouwen dansen de ‘Kamalang’, de ‘Kawina’ en, waar nodig, de Kaseko Prisirie. De Kawina-muziek werd vanuit Afrika naar Suriname gebracht in de slaventijd. Deze muziek wordt uitgevoerd met enkel zang en slagwerk. Bromelia treedt op bij verjaardagen, bedrijven en theaterproducties op diverse podia in de regio.
Bromelia

Nolly Kawina

speelt de creoolse volksmuziek, die raakvlakken heeft met gospel in het meerstemmige vraag-en-antwoordspel, maar wordt begeleid door allerlei typisch Surinaamse percussie. Kenmerkend zijn de trommels met dubbelvel, de zigzag of schudbus en de kwa-kwa bangi. Zoals veel Zuid-Amerikaanse muzieksoorten vindt het ritme van de kawina zijn oorsprong in Afrika. Kolonisten verscheepten in de 16e eeuw Afrikanen naar het Amerikaanse continent, waar ze als slaven op de plantages aan het werk moesten. De slaven namen hun religies en muziek met zich mee. Om de tijd te verdrijven wordt er tijdens het werk gezongen, vaak in een typisch patroon van één stem die vraagt en in koor wordt beantwoord. In Suriname werd deze muziek zo ritmisch uitgevoerd dat het uitgroeide tot een dans, de kawina. De zang is altijd in roep-en-antwoordpatroon gebleven. In Nederland wordt de kawina eind jaren negentig opgepikt door jonge, hier geboren Surinamers.
Nolly Kawina - foto Ricardo Lemmer

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor