Astrid H. Roemer
(Paramaribo, 1947) brak door met Over de gekte van een vrouw, een experimentele roman over de complexiteit van het vrouw-zijn. In de jaren negentig schreef zij drie dekolonisatieromans die zijzelf haar ‘drieling’ noemde: Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1999), nu gebundeld als Onmogelijk moederland. Roemer wordt in zowel Suriname als Nederland geprezen om haar lef en eigenzinnigheid in het inmiddels uitgebreide oeuvre van poëzie, proza en theaterteksten. De P.C. Hooftprijs werd haar in 2016 toegekend, en in 2021, voor haar hele oeuvre, de Prijs der Nederlandse Letteren. In 2018 verscheen haar roman Gebroken wit, een indrukwekkend portret van de familie Vanta waarin Surinaamse zeden en normen hun indruk achterlaten. De bloemlezing Ik ga strijden moeder: gekozen gedichten (2021) omvat werk uit haar eerste bundel uit 1970 tot en met poëzie die ze publiceerde van 2015 tot in 2020. In haar jongste roman DealersDochter (2023) verweeft Roemer geraffineerd de levens van vijf personages in thema's als identiteit en de tegenstellingen tussen Suriname en Nederland.