Indonesië en Oost Timor: Dichten in ballingschap

Abé Barreto Soares - foto Serge Ligtenberg 2000

Informatie

Datum en tijd vrijdag 11 februari 2000 22:50 tot 23:50 uur
Locatie Theater aan het Spui - kleine zaal

Abe Barreto Soares, Oost-Timorees verzetsdichter; Hersri en Agam Wispi, Indonesische exil-dichters uit Nederland gingen in gesprek met hun landgenoten Goenawan Mohamad en Sitok Srengenge. Gespreksleider was Kees Snoek. De gasten aan tafel droegen enige van hun gedichten voor.

Hersri

(Yogyakarta, 1936) Studeerde sociologie in Yogyakarta en bezocht de Akademie voor Drama en Film. Hij vertegenwoordigde Indonesie van 1961 tot 1965 bij de Vereniging van Schrijvers uit Azie en Afrika in Colombo. Van 1969 tot 1978 zat hij om politieke redenen gevangen in Jakarta en op het eiland Buru. Hij woont sinds 1985 in Nederland waar hij ondermeer werkzaam is als vertaler. Zijn gedichten en essays verschenen in verschillende tijdschriften.
WN 2001
Hersri - 2000

Abé Barreto Soares

Abé Barreto Soares - foto Serge Ligtenberg 2000

Agam Wispi

(1930-2003) Was van 1952 tot 1962 journalist in Medan en Jakarta. Van 1962 tot 1965 was hij persofficier bij de Indonesische marine. Om politieke redenen verbleef hij in China van 1965 tot 1970. Daarna studeerde en werkte hij bij de Deutsche Bucherei in Leipzig. Sinds 1988 woont hij in Amsterdam. Agam Wispi was vooral bekend als dichter maar hij heeft ook een toneelstuk en korte verhalen geschreven. Hij vertaalde Faust in het Indonesisch. Zijn gedichten circuleren in Indonesie en genieten daar grote bekendheid.
WN 2003

Goenawan Mohamad

(1941, Java, Indonesië) is behalve een beroemde dichter ook journalist, essayist, redacteur en columnist. Mohamad leverde een bijdrage aan de vorming van de taal van Indonesië, Bahasa Indonesia. Op velerlei wijzen nam hij deel aan de strijd tegen het regime van Soeharto. Mohamad was oprichter van het succesvolle kritische tijdschrift Tempo, dat twee maal verboden werd door de regering. In 1995 richtte Mohamad het Instituut voor Studie naar Vrije Informatiestromen op. Na Soeharto’s aftreden werd Tempo in 1998 weer ter perse gebracht. Mohamad ontving vanwege zijn strijdvaardigheid diverse internationale prijzen. Rond zijn zeventigste zijn enkele van zijn dichtbundels opnieuw gepubliceerd. Zijn recentste bundels zijn Don Quixote (2011) en 70 Puisi (70 gedichten). Mohamad was in 1995 een van de deelnemers aan de eerste editie van het Winternachten festival, en is sindsdien meerdere malen voor het festival naar Den Haag teruggekeerd.
Goenawan Mohamad

Sitok Srengenge

(Grobogan, Midden-Java, 1965) studeerde taal- en letterkunde in Jakarta, was leerling van de dichter Rendra en werkte lange tijd als akteur in diens Bengkel Teater. Daarna richtte hij het Teater Matahari op. Zijn gedichten verschenen in tijdschriften als Horison, Republika en Media Indonesia. Hij publiceerde o.m. de gedichtenbundel Persetubuhan Liar (1992). In Jakarta nam hij deel aan de Istuqual International Poetry Reading and Workshop. Enkele malen was hij te gast bij festival Winternachten in Den Haag. Hij is intensief betrokken bij het Teater Utan Kayu, een alternatief cultureel centrum in Jakarta. Zijn voordracht is theatraal, en zijn werk is sterk betrokken op de maatschappelijke ontwikkelingen in Indonesië. Zo schreef hij een reeks gedichten naar aanleiding van zijn verblijf in Oost-Timor tijdens de onafhankelijkheidsstrijd.
WIN 2003
Sitok Srengenge - foto Serge Ligtenberg 2000

Kees Snoek

(1952, Dordrecht) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Vervolgens doceerde hij dit in verschillende landen. Snoek woonde van 1982 tot 1990 in Indonesië. Van zijn hand verschenen vertalingen van de Indonesische schrijvers Sitor Situmorang (poëzie en korte verhalen) en Rendra (poëzie). Een nieuwe bloemlezing uit Sitors poëzie met Nederlandse vertaling verschijnt in het najaar van 2003. Momenteel werkt hij aan de voltooiing van de biografie van schrijver E. du Perron.
WIN 2002
Kees Snoek tijdens Winternachten 2003 - foto Serge Ligtenberg

Discover

25 augustus 2026

Codes

Jet Steinz over het Ezelsoor