Wouter Godijn

(Amsterdam, 1955) krijgt de Jan Campert-prijs 2012 voor zijn bundel Hoe H.H. de wereld redde. Hij schrijft over ziek zijn, doodgaan en over de kracht van poëzie. Zware onderwerpen vaak, maar toch is Godijn ook onbedaarlijk grappig. Soms is het pure slapstick, dan weer een politieke parabel. Wouter Godijn debuteerde in 1997 met een roman, Witte tongen, maar ontdekte dat zijn kracht toch vooral in de poëzie school. In 2000 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Alle kinderen zijn van glas. In zijn hele oeuvre valt vooral het contrast tussen het alledaagse en het verhevene op. Godijn werd landelijk bekend toen Gerrit Komrij en Neeltje Maria Min zijn tweede bundel, Langzame Nederlaag, hadden uitverkoren tot eerste keuze van de Poëzieclub. Zijn derde bundel De karpers en de krab werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Inmiddels zijn er drie romans en zeven dichtbundels van hem verschenen.

Wouter Godijn
Wouter Godijn - foto Merlijn Doomernik

Kijk terug

14 september 2026 15:28-15:28 uur

Schrijversfeest 2013