Paul Demets
(België, 1966) ontving de Jan Campert-prijs voor zijn poëziebundel De Klaverknoop, waarin hij op zoek gaat naar de mens en elk beeld beladen en betekenisvol is, zonder dat de poëzie ondoordringbaar wordt. Voor zijn debuut De papegaaienziekte (1999) ontving hij in 2001 de Prijs voor Letterkunde van de provincie Oost-Vlaanderen. Hij dicht niet alleen, maar is ook poëzierecensent voor De Standaard, Awater, Poëziekrant en Ons Erfdeel, en essayist. Demets’ bundel De bloedplek (2011) werd bekroond met de Herman de Coninckprijs, zowel door de jury als door het publiek. Van begin 2016 tot eind 2019 was Demets plattelandsdichter van Oost-Vlaanderen. Voorjaar 2020 verschijnen naar aanleiding daarvan twee poëziebundels. En hij werkt aan een biografie van de Vlaamse schrijver en schilder Paul Snoek. Over poëzie schreef hij in Vrij Nederland: “Ik wil nu vooral poëzie zien, horen, voelen en smaken. Close watching, listening, feeling, tasting.”