Oek de Jong
(Breda, 1952) groeide op in Dokkum en Goes en studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam. Hij debuteerde in 1975 in het Hollands Maandblad. Vier jaar later volgde zijn grote doorbraak met Opwaaiende zomerjurken, een Bildungsroman over Edo Mesch: als kind op het platteland in de jaren vijftig, als puber in Zeeland en later als adolescent die erotische avonturen beleeft in o.a. Amsterdam. Zes jaar later verscheen Cirkel in het Gras. Daarna volgde een lange stilte. De Jong gaf in die tijd o.a. schrijfles aan de nog niet gedebuteerde Joost Zwagerman en Marcel Möring. In 2002 publiceerde hij Hokwerda's kind, waar een theaterbewerking van werd gemaakt. In 2012 verscheen Pier en oceaan, waarmee hij in 2013 de Gouden Uil won. Het is opnieuw een coming of age roman waarin hij terugkeert naar het Zeeland en Friesland van zijn jeugd. Op het festival ontvangt Oek de Jong de F. Bordewijk-prijs voor Pier en oceaan.