Sana Valiulina
(Estland, 1964) groeide op in Tallinn in een gezin van ongelovige islamitische Tataren. Ze studeerde Noorse taal- en letterkunde in Moskou en verhuisde in 1989 naar Amsterdam. In 2000 verscheen haar debuutroman Het Kruis, over het leven in een Moskouse studentenflat. In 2002 volgde de novellenbundel Vanuit nergens met liefde. Voor haar monumentale epos Didar en Faroek (2006), over de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan in de Sovjet-Unie, werd ze genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Dit liefdesverhaal over twee mensen die worden gescheiden door oorlog en terreur maar elkaar uiteindelijk weer terugvinden, is deels gebaseerd op haar eigen familiegeschiedenis. ‘De roman roept reminiscenties op aan de grote Russische verteltraditie (...) een monument’, schreef De Groene Amsterdammer. Hierna richtte ze haar pijlen op de Nederlandse samenleving en schreef Honderd jaar gezelligheid (2010). In deze roman vraagt ze zich af hoe het is om jong te zijn in een land waar gezelligheid een nationale obsessie is geworden. Daarna volgden het bejubelde Kinderen van Brezjnev (2014) en Winterse Buien of ben ik wel geïntegreerd genoeg (2016).
Kijk terug
The Return of Sultans & Tsars?
Zijn de tsaren en sultans terug of zijn ze nooit weg geweest? Een gesprek over de achtergronden van de huidige turbulente tijden in Turkije en Rusland.