Jady van Zijl
(2000) studeerde filosofie in Tilburg. Diens blik op poëzie is dat het de plek is waar de taal wordt gebruikt om de taal te ontdoen van zichzelf. Het is de taak van de poëzie om de ambivalentie van het sprekende denken te tonen en deze vervolgens in zichzelf te laten storten, en het daarmee van diens eigen doel los te wringen. Zijn gedichten zijn opgenomen in de eerste bundel van het Haagse jonge dichterscollectief FFÛH, getiteld Zilt en asfalt (2025).