Anna Woltz
(GB, 1981) groeide op in Den Haag. Als vijftienjarige schreef ze een jaar lang columns voor de Volkskrant over haar leven op school. Die stukjes werden gebundeld in Overleven in 4B. In 2002 kwam haar eerste kinderboek uit: Alles kookt over. Woltz studeerde Geschiedenis in Leiden en is nu fulltime schrijfster; ze heeft twintig boeken op haar naam staan. Honderd uur nacht (2014), over een meisje dat in New York een orkaan overleeft, schreef ze nadat ze zelf de orkaan Sandy had meegemaakt in die stad. Post uit de oorlog (2006), over de Hongerwinter, maakte ze samen met haar vader, die zelf een hongertocht moest maken tijdens de oorlog. Mijn bijzonder rare week met Tess (2013), over een meisje dat haar vader niet kent, werd bekroond met een Vlag en Wimpel van de Griffeljury. Haar boeken zijn vertaald in het Engels, Frans, Duits, Hongaars, Sloveens, Deens, Noors, Japans en Taiwanees.